Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 mei 2007

Alinea 229 College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 mei 2007

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 mei 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BA4935.

Aanbieders van VoB zijn voor gespreksopbouw niet afhankelijk van KPN. Wel moeten zij gespreksafgifte betrekken van KPN en overigens ook van alle andere vaste en mobiele aanbieders die gebruikers hebben aangesloten. Ook gespreksdoorgifte zullen zij waarschijnlijk van KPN betrekken, evenals mogelijkerwijs nog enige andere groothandelsdiensten. Als KPN, zoals door OPTA geschetst, de prijzen van de eigen VoB-diensten verlaagt, vanwege de lage prijzen van de kabelaanbieders, dan is die prijsverlaging niet gericht op het uitsluiten van aanbieders van Digital Subscriber Lines (hierna: DSL), maar slechts op het matchen van de concurrentie van de kabelaanbieders. Als kabelaanbieders lagere prijzen kunnen hanteren dan DSL-aanbieders, dan zijn ze kennelijk efficiënter. KPN behoort niet te worden beperkt in haar concurrentie met de meest efficiënte aanbieders uit de markt. Als inherent inefficiënte concurrenten zouden worden gedwongen tot uittreding als gevolg van concurrentie tussen partijen die efficiënter zijn, is dat het resultaat van een legitiem competitief proces dat niet door regulering mag worden voorkomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4bd4def4bdecc82ef0f3a8425289c8b4865dd43adf0110ca2fd285cc07c69fc9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4bd4def4bdecc82ef0f3a8425289c8b4865dd43adf0110ca2fd285cc07c69fc9, en de alinea staat in dat document op bytes 63864 tot 65002.