Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 juni 2007

Alinea 46 College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 juni 2007

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 juni 2007, ECLI:NL:CBB:2007:BA7438.

Op grond van vaste bestuursrechtelijke jurisprudentie moet worden geconcludeerd dat gebruikmaking van bewijs slechts dan niet is toegestaan, indien het bewijs is verkregen op een wijze die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht, dat dit gebruik onder alle omstandigheden ontoelaatbaar moet worden geacht. Ter zitting is namens DNB gesteld dat de voorkeur wordt gegeven aan de wijze waarop in de aangevallen uitspraak is getoetst aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het zorgvuldigheidsbeginsel van artikel 3:2 Awb. Welke benadering ook wordt gevolgd, geen van beide leidt ertoe dat in dit geval geen gebruik zou mogen worden gemaakt van de door appellant afgelegde verklaring, aldus verweerder. Noch het strafrecht noch artikel 6 EVRM noopt tot uitsluiting van dit bewijs. De rechtbank heeft er bovendien terecht op gewezen dat de verklaring van appellant volledig wordt ondersteund door de andere bewijsmiddelen. Bovendien heeft appellant de inhoud van zijn verklaring schriftelijk herhaald met zijn brief van 14 november 2002.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56472059d661c8c5eaae67feb3d8beb8de6d1289c7583cb0ebb87955dca66e65. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56472059d661c8c5eaae67feb3d8beb8de6d1289c7583cb0ebb87955dca66e65, en de alinea staat in dat document op bytes 17681 tot 18804.