Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 december 2010

Alinea 24 College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 december 2010

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 14 december 2010, ECLI:NL:CBB:2010:BO8147.

Het College is, anders dan appellant, van oordeel dat appellant zich in zijn rapport niet heeft beperkt tot het vaststellen van feiten, maar dat hij daarin tevens zijn opvattingen heeft gegeven over het handelen van klagers als directie van E B.V. Echter, ook indien appellant zou worden gevolgd in zijn standpunt dat het rapport slechts feiten bevat, dan zou dit er niet aan kunnen afdoen dat appellant klagers in de gelegenheid zou hebben moeten stellen daarop een reactie te geven. Gezien zijn overtuiging dat klagers over aanvullende financiële gegevens beschikten, kon appellant, ondanks de omstandigheid dat hij klagers - in zijn visie - tot dan toe niet bereid had gevonden aan zijn onderzoek mee te werken, niet uitsluiten dat klagers, eenmaal geconfronteerd met zijn bevindingen, alsnog de gewenste informatie en/of stukken zouden verschaffen. Voor een confrontatie met de in het rapport opgenomen feiten bestond des te meer reden, omdat uit het rapport (versie 21 juli 2005) naar voren komt, onder meer in de passages die in de bestreden tuchtbeslissing zijn geciteerd, dat appellant van mening was dat die feiten op zichzelf reeds een sterke aanwijzing vormen voor onrechtmatig handelen van klagers. Door klagers geen gelegenheid te bieden op het rapport te reageren voordat het aan de curator ter hand werd gesteld, heeft appellant klagers feitelijk in een positie gedrongen waarin zij de beschuldigingen in het rapport moesten trachten te ontzenuwen, terwijl nu juist appellant ervoor verantwoordelijk was tot een deugdelijke grondslag voor zijn rapportage te komen. De bedenkingen die deze handelwijze van appellant oproept wegen des te zwaarder, omdat hij, naar blijkt uit (onder meer de slotaantekening van) zijn brief van 4 januari 2005 aan de curator, reeds op dat moment meende dat een gesprek met de curator was aangewezen over aan de hand van de resultaten van zijn onderzoek door de curator tegen klagers te treffen maatregelen wegens onttrekking van geld en/of goederen uit de boedel van de failliete onderneming. Dat de curator, naar ter zitting is komen vast te staan en anders dan de raad van tucht heeft overwogen, klagers uiteindelijk niet in het kader van een aansprakelijkstelling met de inhoud van het rapport heeft geconfronteerd, maakt dit niet anders.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c489092d44d535b259d0cb808efb467a873f826c327f47a2e4343faf3b004ab1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c489092d44d535b259d0cb808efb467a873f826c327f47a2e4343faf3b004ab1, en de alinea staat in dat document op bytes 10137 tot 12436.