Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 maart 2011

Alinea 384 College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 maart 2011

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 maart 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BP8077.

9.5.1 De rechtbank heeft bij beslissing van 7 maart 2006 het onderzoek ter zitting heropend en NMa in de gelegenheid gesteld de correspondentie tussen hem en de Duitse (en de Deense) mededingingsautoriteiten aan de rechtbank toe te zenden. Bij brief van 27 maart 2006 heeft NMa deze stukken aan de rechtbank toegezonden en ten aanzien van een aantal stukken een beroep gedaan op artikel 8:29 Awb. Bij brief van 5 april 2006 heeft de rechtbank de Duitse PO’s voor zover hier van belang de desbetreffende niet vertrouwelijke stukken toegezonden. De rechter-commissaris heeft bij beslissing van 31 maart 2006 bepaald dat beperking van de kennisneming van de stukken waarvan NMa heeft medegedeeld dat deze vertrouwelijk zijn, gerechtvaardigd is. Ter zitting van de rechtbank van 18 april 2006 hebben de Duitse PO’s medegedeeld niet in staat te zijn te beoordelen of toestemming als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, Awb moet worden verleend of geweigerd. De rechtbank heeft deze mededeling opgevat als een weigering een dergelijke toestemming te verlenen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5d99d5fa6b96f62303937032e99d465188dac18ec5a1dfa0541f00c0a1f67e8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5d99d5fa6b96f62303937032e99d465188dac18ec5a1dfa0541f00c0a1f67e8b, en de alinea staat in dat document op bytes 165403 tot 166475.