Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 maart 2011
Alinea 488 College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 maart 2011
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 maart 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BP8077.
9.16.3 Uit artikel 81, derde lid, EG volgt dat een billijk aandeel van de uit de overeenkomst voortvloeiende voordelen aan de gebruikers ten goede moet komen, wil een beroep op deze bepaling slagen. Naar het oordeel van het College is niet op voorhand aannemelijk dat zo al sprake zou zijn van economische voordelen, een billijk aandeel hierin aan de verbruiker is doorgegeven. Als effect van de afspraken – die strekking tot een beperking van het aanbod van garnalen – viel een opwaartse druk op de prijzen te verwachten. In randnummer 121 van het besluit van 28 december 2004 heeft NMa, onder verwijzing naar een tweetal onderzoeksrapporten, toegelicht dat van een opwaartse prijsdruk inderdaad ook sprake is geweest. Geen omstandigheden zijn aannemelijk geworden die meebrengen dat dit gevolg niet aan de orde zou zijn bij de afspraken gemaakt in het kader van het Trilateraal Overleg. In zoverre kan eerder van een nadeel voor de gebruikers worden gesproken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5d99d5fa6b96f62303937032e99d465188dac18ec5a1dfa0541f00c0a1f67e8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5d99d5fa6b96f62303937032e99d465188dac18ec5a1dfa0541f00c0a1f67e8b, en de alinea staat in dat document op bytes 220642 tot 221621.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5d99d5fa6b96f62303937032e99d465188dac18ec5a1dfa0541f00c0a1f67e8b | shasum -a 256