Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 maart 2011
Alinea 588 College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 maart 2011
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 maart 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BP8077.
Het gestelde, ten slotte, met betrekking tot het ledenverloop leidt evenmin tot het oordeel dat de boete - op de grond dat de draagkracht in ruime zin ontoereikend zou zijn - gematigd moet worden. Daarbij neemt het College in aanmerking dat in beginsel van de betrokken ondernemersvereniging mag worden verwacht dat deze, uit een oogpunt van goed bestuur, ten behoeve van de voldoening van de boete een voorziening treft op het moment dat deze boete wordt opgelegd. De producentenorganisaties zijn reeds vanaf 14 januari 2003 ervan op de hoogte dat zij een boete dienen te betalen. Niet is met concrete cijfers aannemelijk gemaakt dat dit ledenverloop in betekenisvolle omvang heeft plaats gevonden. Het College acht ook op dit punt geen termen aanwezig om thans aan de appellanten de gelegenheid te bieden een en ander nader te adstrueren. Daartoe overweegt het College meer in het bijzonder dat, zoals uit het voorgaande volgt, betalingsbereidheid en - in samenhang daarmee - ledenverloop naar hun aard factoren zijn die zich lenen om aan de orde te worden gesteld in de invorderingsfase, omdat zij niet betrekking hebben op de draagkracht in ruime zin.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5d99d5fa6b96f62303937032e99d465188dac18ec5a1dfa0541f00c0a1f67e8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5d99d5fa6b96f62303937032e99d465188dac18ec5a1dfa0541f00c0a1f67e8b, en de alinea staat in dat document op bytes 283788 tot 284958.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5d99d5fa6b96f62303937032e99d465188dac18ec5a1dfa0541f00c0a1f67e8b | shasum -a 256