Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 mei 2011
Alinea 263 College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 mei 2011
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 mei 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BQ3146.
Het College ziet onvoldoende grond voor het oordeel dat de onderbouwing in het bestreden besluit van het standpunt van OPTA dat door met name indirecte prijsdruk vanuit de ondergelegen retailmarkt de bovengelegen wholesalemarkt zowel WBT via koper als via coax omvat, niet aan deze eis voldoet. De grief die Online en Scarlet op basis van de opmerkingen van de Commissie hebben geformuleerd, komt er in essentie op neer dat OPTA specifiek op de Nederlandse situatie gericht onderzoek had behoren te verrichten, teneinde aan de op haar rustende bewijslast te voldoen. Het College stelt voorop dat als uitgangspunt geldt dat, waar OPTA de relevante Nederlandse markten analyseert, zij zoveel als mogelijk uit dient te gaan van aan de situatie op deze markten ontleende gegevens. Dat betekent echter niet dat als uit de beschikbare gegevens, van welke oorsprong ook, met een voldoende mate van waarschijnlijkheid een bepaalde conclusie kan worden afgeleid, OPTA verplicht zou zijn, die conclusie nog eens nader met een expliciet op de Nederlandse situatie gericht onderzoek te onderbouwen. OPTA moet wel steeds kunnen aangeven, waarom zij meent, dat de door haar gebruikte informatie de door haar getrokken conclusies kan dragen. In het onderhavige geval heeft OPTA zich bij de bepaling van de marginale kosten in de prijs van het product WBT en de doorwerking van WBT-tarieven in de kosten voor onderliggende retaildiensten, gebaseerd op Nederlandse gegevens. Slechts ter bepaling van de prijselasticiteit heeft zij gebruik gemaakt van reeds gepubliceerd onderzoek van de situatie in Oostenrijk, waarbij zij gemotiveerd heeft uiteengezet waarom zij aanneemt dat de uitkomsten van dit onderzoek een goede benadering vormen van de Nederlandse situatie. Daartoe heeft zij gewezen op overeenkomsten tussen de retailmarkten voor breedbandinternettoegang in Oostenrijk en Nederland, zoals de sterke penetratie van kabelnetwerken en een hoge adoptie van breedband door consumenten. Online en Scarlet hebben zich hiertegenover beperkt tot het innemen van de – summier gemotiveerde – stelling dat KPN, anders dan de aanbieder in Oostenrijk met AMM, geen marktaandeel verliest aan de kabelaars, maar haar marktaandeel heeft kunnen behouden. Daarmee hebben zij het College er, ook tegen de achtergrond van de opmerkingen van de Commissie, niet van kunnen overtuigen dat geen aanvaardbare grond aanwezig is voor het zoeken van aansluiting bij de Oostenrijkse prijselasticiteit. Overigens hebben Online en Scarlet de juistheid van de berekeningen van OPTA als zodanig niet betwist.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3f090ec7932055f5d8a2736a1e848b71768141b232cb5057973fbc457e18ee53. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3f090ec7932055f5d8a2736a1e848b71768141b232cb5057973fbc457e18ee53, en de alinea staat in dat document op bytes 126745 tot 129329.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3f090ec7932055f5d8a2736a1e848b71768141b232cb5057973fbc457e18ee53 | shasum -a 256