Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2011
Alinea 130 College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2011
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BT6521.
Dat betekent dat wanneer een belanghebbende gemotiveerd uiteenzet dat en waarom hij het van belang acht dat bepaalde stukken die zich onder het bereik van de toezichthouder bevinden, die stukken als op de zaak betrekking hebbende stukken als bedoeld in artikel 8:42 Awb moeten worden aangemerkt en dus, behoudens gevallen van gerechtvaardigde weigering op grond van artikel 8:29 Awb en uitzonderingsgevallen als misbruik van procesrecht, moeten worden overgelegd, ook als deze volgens de toezichthouder geen rol hebben gespeeld in het besluitvormingsproces dat aan het opleggen van de boete is vooraf gegaan. Niet uit te sluiten valt immers dat uit die stukken feiten of omstandigheden blijken die in het belang zijn van de verdediging van de belanghebbende. De belanghebbende behoort op dit punt niet afhankelijk te zijn van een selectie die de toezichthouder zelf maakt uit het geheel van de zich onder zijn bereik bevindende stukken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60be68175c05c1c63b0999d8c87186ead935710ffe55ab4aa0e1f225c826e5a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60be68175c05c1c63b0999d8c87186ead935710ffe55ab4aa0e1f225c826e5a8, en de alinea staat in dat document op bytes 40060 tot 41009.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/60be68175c05c1c63b0999d8c87186ead935710ffe55ab4aa0e1f225c826e5a8 | shasum -a 256