Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2011
Alinea 288 College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2011
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BT6521.
Giant stelt dat de rechtbank ten onrechte het bewijsvermoeden uit het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Anic, hiervoor reeds genoemd, heeft toegepast. Volgens Giant blijkt uit de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) dat het hanteren van een bewijsvermoeden alleen is toegestaan als er een reële mogelijkheid is om het betreffende vermoeden te ontzenuwen. Als het gehanteerde bewijsvermoeden feitelijk onweerlegbaar is, dan is sprake van strijd met artikel 6, tweede lid, EVRM. De uitleg van artikel 81 EG mag er niet in resulteren dat een van de vereisten voor de toepasselijkheid van het kartelverbod, in casu het causaal gerelateerde marktgedrag in geval van een onderling afgestemde feitelijke gedraging, feitelijk zou worden geëcarteerd. Giant wijst erop dat in het arrest Anic geen aandacht is gegeven aan de eisen die voortvloeien uit artikel 6, tweede lid, EVRM.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60be68175c05c1c63b0999d8c87186ead935710ffe55ab4aa0e1f225c826e5a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60be68175c05c1c63b0999d8c87186ead935710ffe55ab4aa0e1f225c826e5a8, en de alinea staat in dat document op bytes 110710 tot 111646.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/60be68175c05c1c63b0999d8c87186ead935710ffe55ab4aa0e1f225c826e5a8 | shasum -a 256