Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2011

Alinea 313 College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2011

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BT6521.

NMa betwist niet dat hier om een weerlegbaar vermoeden gaat. De fietsfabrikanten die hebben deelgenomen aan de bijeenkomst in Zwolle hebben echter geen alternatieve verklaring gegeven voor de door hen doorgevoerde prijsstijging, anders dan de stijging van de externe kosten. Dat laatste was echter juist de reden waarom partijen bij elkaar zijn gaan zitten. Het is niet nodig dat NMa aan de hand van de counterfactual probeert vast te stellen wat de prijzen zouden zijn geweest zonder de afstemming. Zelfs als al aantoonbaar zou zijn dat in dat geval de prijzen niet wezenlijk zouden afwijken van het werkelijke prijsniveau, hebben partijen daarmee niet zonder meer het vermoeden van causaliteit tussen de onderlinge afstemming en het marktgedrag weerlegd. Ware dat anders, dan zou in iedere zaak bewijs moeten worden geleverd van de gevolgen van afstemming op de mededinging. Dat is in strijd met de vaste rechtspraak dat van afspraken die ertoe strekken de mededinging te beperken niet de gevolgen hoeven te worden getoetst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60be68175c05c1c63b0999d8c87186ead935710ffe55ab4aa0e1f225c826e5a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60be68175c05c1c63b0999d8c87186ead935710ffe55ab4aa0e1f225c826e5a8, en de alinea staat in dat document op bytes 122133 tot 123172.