Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2011
Alinea 320 College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2011
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BT6521.
Het is juist dat de convergentie tussen het nationale en het Europese mededingingsrecht strikt genomen beperkt is tot materiële begrippen. Echter, NMa benadrukt dat deze materiële begrippen niet zelden moeilijk van de procedurele bewijsvoering zijn los te koppelen, zoals bij het begrip onderling afgestemde feitelijke gedraging. Indien nationaalrechtelijke afwijkende bewijsregels zouden worden toegepast, zou dit begrip een andere materiële betekenis kunnen krijgen dan volgt uit de rechtspraak van het Hof van Justitie. Dat is nu juist wat de wetgever heeft willen vermijden. Bovendien zou de uniforme toepassing van artikel 81, eerste lid, EG in gevaar komen. Via nationale bewijsregels zou immers de reikwijdte en inhoud van deze materiële bewijsnorm kunnen worden ingeperkt en de handhaving ervan worden bemoeilijkt. Dat het bewijsvermoeden besloten ligt in het begrip onderling afgestemde feitelijke gedraging volgt ook uit het Anic arrest, meer in het bijzonder uit de punten 121 en 125 daarvan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60be68175c05c1c63b0999d8c87186ead935710ffe55ab4aa0e1f225c826e5a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60be68175c05c1c63b0999d8c87186ead935710ffe55ab4aa0e1f225c826e5a8, en de alinea staat in dat document op bytes 127462 tot 128482.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/60be68175c05c1c63b0999d8c87186ead935710ffe55ab4aa0e1f225c826e5a8 | shasum -a 256