Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2011
Alinea 340 College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2011
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 4 oktober 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BT6521.
De vraag of zich afstemming heeft voorgedaan dient aan de hand van bewijselementen objectief te worden beantwoord. Goede of kwade bedoelingen zijn voor die kwalificatievraag niet doorslaggevend. Zij kunnen hooguit relevant zijn als boeteverzachtende omstandigheid. De door Giant aangehaalde rechtspraak gaat vooral over de vraag of, gelet op het aanwezige bewijsmateriaal, voldoende is komen vast te staan dat onderneming X heeft deelgenomen aan een - overigens vastgestelde - afstemming. Eens echter is vastgesteld, zoals de rechtbank in het onderhavige geval terecht heeft gedaan, dat over prijzen en kortingen is gesproken en bovendien dat Giant een van de aanwezige partijen is geweest die zich in dat kader heeft uitgelaten, dan is gegeven dat ook Giant aan de afstemming heeft ‘bijgedragen’. Ook kan zij niet onkundig zijn geweest van het doel van deze informatie-uitwisseling, te weten: van elkaar te weten komen hoe een ieder het nieuwe seizoen in zou gaan. Zelfs als G mogelijk niet met dat vooropgezette doel naar Zwolle is gereisd, doet dat aan deze conclusie niets af.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/60be68175c05c1c63b0999d8c87186ead935710ffe55ab4aa0e1f225c826e5a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 60be68175c05c1c63b0999d8c87186ead935710ffe55ab4aa0e1f225c826e5a8, en de alinea staat in dat document op bytes 136987 tot 138084.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/60be68175c05c1c63b0999d8c87186ead935710ffe55ab4aa0e1f225c826e5a8 | shasum -a 256