Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 november 2011

Alinea 128 College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 november 2011

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 november 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BU4769.

Het College is echter in dit concrete geval van oordeel dat er onvoldoende aanwijzingen zijn om (voorwaardelijk) opzet bij appellant aan te kunnen nemen. De enkele omstandigheid dat de door het loonbedrijf opzettelijk gepleegde niet-naleving aan appellant kan worden toegeschreven vanwege zijn verantwoordelijkheid voor het landbouwbedrijf in kwestie, betekent immers niet noodzakelijkerwijs dat bij appellant zelf sprake was van op die niet-naleving gericht (voorwaardelijk) opzet. Verweerder heeft aan het bestreden besluit voor het overige geen feiten ten grondslag gelegd die erop duiden dat ook bij appellant sprake was van opzet. De overgelegde stukken bevatten daarvoor evenmin aanknopingspunten. Mede in aanmerking genomen dat appellant onweersproken heeft gesteld dat het betrokken loonbedrijf is gecertificeerd om gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken en een goede reputatie geniet - welke stelling lijkt te worden ondersteund door de uit het boeterapport blijkende omstandigheid dat het loonbedrijf ook zaken doet met de GMO-erkende telersvereniging De Schakel - komt het College tot het oordeel dat verweerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat appellant ten aanzien van de aan hem toe te schrijven niet-naleving opzet verweten kan worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d9f3dbff9bcf0462839d386066c8162a206356666264d68d262ac5ed1b996ed. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d9f3dbff9bcf0462839d386066c8162a206356666264d68d262ac5ed1b996ed, en de alinea staat in dat document op bytes 32145 tot 33417.