Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 december 2011

Alinea 23 College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 december 2011

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 20 december 2011, ECLI:NL:CBB:2011:BV1047.

3.4 Bij de beoordeling van de vraag of betrokkene ten aanzien van appellant hoor en wederhoor had moeten toepassen alvorens het rapport van 10 juli 2008 op te stellen, neemt het College tot uitgangspunt dat het rapport is opgemaakt in het kader van het door betrokkene verlenen van bijstand aan een partij in een civielrechtelijk geschil. Blijkens het gestelde in het rapport heeft betrokkene een beperkte opdracht aanvaard van de advocaat van de voormalige echtgenote van appellant tot het - aan de hand van haar ter beschikking staande gegevens - maken van een globale inschatting van de waarde van de aandelen in D B.V. per 1 januari 2004 met als doel - zo begrijpt het College - de opdrachtgeefster in staat te stellen te beoordelen in hoeverre haar cliënte in het kader van het ter verdeling van de gemeenschapsgoederen met appellant gesloten convenant minder is toebedeeld dan waarop zij meent recht te hebben. Het rapport vermeldt voorts dat een procedure tot vernietiging van het convenant naar de parkeerrol is verwezen, omdat partijen een minnelijke regeling beproeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c0fd4fd272b7e89a0973b00edf3cf693750a3f7f26a379086c4c57f660b98a37. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c0fd4fd272b7e89a0973b00edf3cf693750a3f7f26a379086c4c57f660b98a37, en de alinea staat in dat document op bytes 10078 tot 11171.