Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 januari 2012

Alinea 41 College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 januari 2012

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 januari 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BV1541.

De in artikel 8:58 Awb neergelegde termijn van tien dagen voor de zitting voor het indienen van nadere stukken is niet absoluut. Het is een termijn van orde (geen fatale termijn), waaruit niet zonder meer volgt dat stukken die later zijn ingediend altijd buiten beschouwing behoeven te worden gelaten. Voor zover appellanten bedoelen dat zij zijn overvallen door het standpunt van NMa dat zij niet-ontvankelijk moesten worden geacht kan dit evenmin worden gevolgd. Indien zij van mening waren dat na de fusie het beroep nog steeds op naam van A B.V. kon worden ingesteld, dan valt niet in te zien waarom niet ter zitting op het standpunt van NMa kon worden gereageerd. Voor zover dit geen bewuste keuze is geweest, dan ligt het risico van veranderingen in de eigen juridische structuur nu eenmaal bij appellanten. Appellanten hebben deze wijziging ook op geen enkele manier kenbaar gemaakt. Tot slot laat het uittreksel uit het handelsregister van de Kamers van Koophandel en de daar gedeponeerde akte van fusie van 19 december 2007 geen andere conclusie dan dat A B.V. met ingang van 20 december 2007 als gevolg van een juridische fusie is opgehouden te bestaan en vanaf dat moment geen rechtshandelingen meer kon verrichten. Het is ook onweersproken dat het beroepschrift geen aanknopingspunten biedt om dit ingediend te achten door de na de fusie verkrijgende rechtspersoon.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/128698f255f00e02874394b072c84136bcc53884f78257aa4ca5d634ad8b900b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 128698f255f00e02874394b072c84136bcc53884f78257aa4ca5d634ad8b900b, en de alinea staat in dat document op bytes 19033 tot 20424.