Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 januari 2012

Alinea 46 College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 januari 2012

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 januari 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BV1541.

5.1.1 Artikel 8:58, eerste lid, Awb bepaalt dat tot tien dagen voor de zitting partijen nadere stukken kunnen indienen. Deze termijn van tien dagen beoogt een behoorlijk verloop van de procedure te waarborgen, waarbij met name van belang is dat wordt voorkomen dat een partij onverhoeds wordt geconfronteerd met stukken waarop hij door het tijdstip van ontvangst niet meer adequaat kan reageren. In het algemeen dient strikt de hand te worden gehouden aan deze termijn, maar uitzonderingen zijn mogelijk omdat de rechter de goede procesorde als een zelfstandige maatstaf kan hanteren (zie uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 december 2002, AB 2003, 158, en van 16 juli 2008, JB 2008/190). Het eerste lid van artikel 8:58 Awb sluit niet uit dat nadien op de zitting nadere feiten en omstandigheden aan de orde komen, die in een eerder stadium van de procedure nog niet aan de orde zijn geweest. Dergelijke feiten en omstandigheden moeten in de procedure een rol kunnen spelen, zij het dat de rechter zal moeten waarborgen dat een andere partij daardoor niet onredelijk in haar procesvoering wordt bemoeilijkt (zie Memorie van Toelichting bij de Wet voltooiing eerste fase herziening rechterlijke organisatie, TK 1991-1992, 22 495, nr. 3, blz. 137-138).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/128698f255f00e02874394b072c84136bcc53884f78257aa4ca5d634ad8b900b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 128698f255f00e02874394b072c84136bcc53884f78257aa4ca5d634ad8b900b, en de alinea staat in dat document op bytes 21531 tot 22835.