Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 1 februari 2012

Alinea 150 College van Beroep voor het bedrijfsleven 1 februari 2012

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 1 februari 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BV3421.

De omstandigheid dat het veilingreglement een betalingsvolgorde kent, is niet relevant omdat de uitvoeringsmodaliteiten niet de verbintenissen zelf vormen, maar de feitelijke uitvoering daarvan. Artikel 22 van de Verordeningen beoogt feitelijk de juridische ontvangst van de heffing in weerwil van de aanwijzing van een bevoegde ontvanger uit te stellen totdat het productschap de tijd rijp acht de geïncasseerde heffing aan zich te laten doorbetalen. Dit kan echter niet afdoen aan de geldigheid van de betaling die al door inhouding plaatsvond. De passage in dit artikel die inhoudt dat pas echt betaald is als de ontvanger het geld heeft afgedragen aan het productschap mist verbindende kracht. Artikel 22 moet dan ook onverbindend worden verklaard nu het rechtsonzekerheid, rechtsongelijkheid en strijd met het civiele recht omtrent bevrijdende betalingen oplevert. Artikel 22 is voorts in strijd met artikel 1 van het eerste Protocol bij het EVRM. Het terugleggen van de risico’s omtrent betaling – dat is wat artikel 22 doet – komt neer op het ontnemen van eigendom, nu de vakheffing noodgedwongen op deze wijze moest worden betaald, terwijl appellanten de rechten op die betaling prijs moeten geven indien het Productschap niet wordt (door)betaald.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/781e21a7f84ed12e3276ffeedc529cb678944e0a8c77c3dfd78120568f5bc78e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 781e21a7f84ed12e3276ffeedc529cb678944e0a8c77c3dfd78120568f5bc78e, en de alinea staat in dat document op bytes 35461 tot 36737.