Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 22 februari 2012
Alinea 126 College van Beroep voor het bedrijfsleven 22 februari 2012
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 22 februari 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BV6713.
Hoewel, zoals hiervoor is overwogen, de reikwijdte van “houden” als bedoeld in artikel 46b, eerste lid, onderdeel b, van de Wte 1995 – in lijn met het daarmee corresponderende artikeldeel van de Richtlijn Marktmisbruik – voor een professionele marktdeelnemer als IMC in de gegeven omstandigheden voldoende duidelijk kon zijn, dwingt het aannemen van díe duidelijkheid, anders dan IMC kennelijk meent, niet tot de conclusie dat de betekenis van “houden” in dat artikeldeel van voormelde Richtlijn niet langer zou kunnen leiden tot twijfel die noopt tot het stellen van prejudiciële vragen. De afwezigheid van díe twijfel kan, volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie, immers slechts worden aangenomen wanneer er sprake is van een zogenoemde acte clair of een acte éclairé. Het eerste deed zich, mede onder invloed van de argumenten die IMC zelf heeft aangedragen, niet voor, evenmin als het tweede. Daarmee was de verplichting voor het College tot het stellen van een prejudiciële vraag gegeven. Dat brengt een succesvol beroep op het lex certa beginsel door IMC in de gegeven omstandigheden echter niet dichterbij.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ade14bf1a0e1cef8249984c37d40ad9ad88e33002d62749e48828948224a48d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ade14bf1a0e1cef8249984c37d40ad9ad88e33002d62749e48828948224a48d1, en de alinea staat in dat document op bytes 35323 tot 36479.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ade14bf1a0e1cef8249984c37d40ad9ad88e33002d62749e48828948224a48d1 | shasum -a 256