Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 22 februari 2012
Alinea 128 College van Beroep voor het bedrijfsleven 22 februari 2012
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 22 februari 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BV6713.
4.4 In de zevende grief, zoals nader toegelicht bij brief van 30 augustus 2011 en bij nader pleidooi, stelt IMC zich op het standpunt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat AFM in redelijkheid gebruik kon maken van de haar (beweerdelijk) toekomende bevoegdheid om een boete op te leggen. Daarbij heeft IMC zich, in de kern samengevat, beroepen op dezelfde feiten en omstandigheden als waarop zij zich heeft gebaseerd ten betoge dat ten aanzien van haar is opgetreden met schending van het lex certa beginsel. Dezelfde overwegingen die het College hebben geleid tot het oordeel dat ten aanzien van IMC toepassing van artikel 46b, eerste lid, onder b, van de Wte 1995 geen schending van dat beginsel opleverde leiden het College, mutatis mutandis, evenzeer tot het oordeel dat ook de zevende grief van IMC faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ade14bf1a0e1cef8249984c37d40ad9ad88e33002d62749e48828948224a48d1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ade14bf1a0e1cef8249984c37d40ad9ad88e33002d62749e48828948224a48d1, en de alinea staat in dat document op bytes 36789 tot 37625.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ade14bf1a0e1cef8249984c37d40ad9ad88e33002d62749e48828948224a48d1 | shasum -a 256