Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 december 2012

Alinea 49 College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 december 2012

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 13 december 2012, ECLI:NL:CBB:2012:BZ2034.

NMa voert als tweede grief aan dat de rechtbank, hoewel zij concludeert dat zij het bewijs onvoldoende overtuigend acht, ten onrechte niet op de inhoud van de bewijsstukken is ingegaan. Bij de vraag of het bewijs wel of niet voldoende overtuigend is dient juist de inhoud van de bewijsstukken centraal te staan en de overtuiging die daaruit spreekt. De rechtbank lijkt te willen zeggen dat voor de projecten (de concrete vooroverleggen) in de onderhavige zaak stukken uit verschillende bronnen (al dan niet clementieverzoekers) moeten zijn aangebracht. NMa deelt dit standpunt niet. Ten eerste niet omdat stukken van een en dezelfde clementieverzoeker dusdanig overtuigend kunnen zijn dat zij als zodanig voldoende aannemelijk maken dat C bij het desbetreffende vooroverleg betrokken is geweest. Ten tweede niet omdat de rechtbank bij haar oordeel uit het oog verliest dat de inbreuk in het onderhavige geval niet bestaat uit deelname door C aan een individueel vooroverleg voorafgaande aan een concrete aanbesteding, maar uit deelname door C aan het systeem van vooroverleg in de B&U-sector. De vraag die dan centraal staat is of de bewijsstukken in onderlinge samenhang bezien de overtuiging kunnen dragen dat C heeft deelgenomen aan dit systeem van vooroverleg. Voor een bevestigend antwoord op deze vraag is het niet per se noodzakelijk dat bewijsstukken voor hetzelfde vooroverleg door verschillende bronnen zijn aangedragen. Daarnaast behoeft niet elk stuk naar het oordeel van NMa volledig en zelfstandig te bewijzen dat C bij het desbetreffende vooroverleg aanwezig is geweest. Wel dient het desbetreffende vooroverleg voldoende aannemelijk te zijn, gelet op de stukken. Uiteindelijk dienen alle bewijsstukken tezamen in hun onderlinge samenhang bezien de conclusie te kunnen dragen dat C de inbreuk heeft gepleegd. Naar het oordeel van NMa is wordt hier in de voorliggende zaak aan voldaan. De rechtbank heeft volgens NMa onvoldoende oog gehad voor de inhoud en betekenis van de afzonderlijke bewijsstukken en met name voor de onderlinge samenhang en bevestiging van deze stukken. Hetgeen door C in hoger beroep als verweer is aangedragen doet geen afbreuk aan de betrouwbaarheid van de stukken, noch aan hetgeen NMa daaruit heeft afgeleid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2d362eef397b3e1285e1e6ffbfd440b8f54e70e0418583e44064d58c23dedae. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2d362eef397b3e1285e1e6ffbfd440b8f54e70e0418583e44064d58c23dedae, en de alinea staat in dat document op bytes 20204 tot 22470.