Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 juli 2013

Onder 4.1.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 juli 2013

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 juli 2013, ECLI:NL:CBB:2013:110.

Appellante heeft betwist dat verweerder de bevoegdheid heeft een oordeel te geven over de juistheid van de restitutiecodes die zij in de aangiften ten uitvoer heeft vermeld. Volgens haar is die bevoegdheid voorbehouden aan de Douane, ongeacht de bevoegdheidsverdeling zoals die is neergelegd in de Nederlandse regelgeving. Appellante heeft zich daarbij gebaseerd op Europese regelgeving, en met name op artikel 78 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (hierna: CDW). Nu de Douane de juistheid van de in de aangiften ten uitvoer vermelde restitutiecodes - in sommige gevallen na analyse van monsters door het douanelaboratorium - met de mededeling beëindiging verificatie heeft aanvaard, kan verweerder volgens appellante niet jaren later beslissen dat de restitutiecodes toch onjuist waren. Dat zou, aldus appellante, strijdig zijn met het in de Europese regelgeving neergelegde beginsel van scheiding van bevoegdheden, waarbij de bevoegdheden van douaneautoriteiten en betaalorganen strikt van elkaar moeten worden gescheiden. Verweerder had volgens appellante dan ook eerst de Douane om herziening van de aangiften ten uitvoer moeten vragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/23341fcbce00d2760e0e678a4d2e11f4f18a88ad04f01c1c776b6f747fa019e1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 23341fcbce00d2760e0e678a4d2e11f4f18a88ad04f01c1c776b6f747fa019e1, en de alinea staat in dat document op bytes 10608 tot 11847.