Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 juli 2013

Onder 4.9 College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 juli 2013

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 juli 2013, ECLI:NL:CBB:2013:112.

In het beroepschrift heeft appellante aangegeven dat zij, voor het geval het College het beroep gegrond zou verklaren, meent in aanmerking te komen voor een volledige vergoeding van de proceskosten. De forfaitaire vergoeding ingevolge het besluit proceskosten bestuursrecht zou in dit geval vanwege bijzondere omstandigheden niet als adequaat kunnen worden beschouwd. Daartoe heeft appellante in een beroepschrift dat in meerdere zaken is ingediend, aangevoerd, dat verweerder opzettelijk onrechtmatig en tegen beter weten in onrechtmatig gehandeld heeft, dat de AID gehandeld heeft in strijd met eerder ingenomen uitgangspunten, dat verweerder eerder bepaalde recepturen wel had aanvaard, dat appellante niet had kunnen weten dat zij onjuist handelde en dat de besluitvorming na de datum van uitvoer ontoelaatbaar lang had geduurd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/371cf0a15d7e82d04e2fc543c0f1de6204f2eb6ceb60f6d7dbea368e29be4603. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 371cf0a15d7e82d04e2fc543c0f1de6204f2eb6ceb60f6d7dbea368e29be4603, en de alinea staat in dat document op bytes 20351 tot 21196.