Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 juli 2013

Onder 4.9 College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 juli 2013

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 17 juli 2013, ECLI:NL:CBB:2013:119.

Het College oordeelt onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 7 oktober 2005 (ECLI:NL:HR:2005:AU3929), dat het enkele feit dat de vergoeding van proceskosten, waarop ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht aanspraak kan worden gemaakt, de werkelijke gemaakte kosten slechts voor een deel dekt, niet voldoende is om te concluderen dat aan het gemeenschapsrecht aanspraak op een hogere vergoeding kan worden ontleend. Bijkomende omstandigheden kunnen tot een andere conclusie nopen. Waar die onderbouwd zijn aangevoerd, biedt het derde lid van artikel 2 van genoemd besluit de mogelijkheid die te verstrekken. Van zulke bijkomende omstandigheden die hier tot een andere conclusie leiden is, nu het tot een gedeeltelijke vernietiging van een aantal besluiten op grond van een der aangevoerde argumenten komt, geen sprake. Het Besluit proceskosten bestuursrecht leidt in dit geval tot een vergoeding voor een beroepschrift, voor het bijwonen van een zitting, een schriftelijke inlichting en een nadere zitting (drie punten) voor een zware zaak ( x 1,5) tegen een tarief van € 472,-- is € 2.124,--. Naar het oordeel van het College is daarmee geen sprake van een uitkomst die tot afwijking van het standaardtarief zou nopen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6a052117fdaaee2de702be29363e8a5adb4d9154505edaf8e351e486a7e1100. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6a052117fdaaee2de702be29363e8a5adb4d9154505edaf8e351e486a7e1100, en de alinea staat in dat document op bytes 59058 tot 60320.