Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 november 2013
Onder 4.3. College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 november 2013
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 28 november 2013, ECLI:NL:CBB:2013:264.
Artikel 1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet bepaalt dat in de Wet en de daarop rustende bepalingen onder 'aansluiting' moet worden verstaan: één of meer verbindingen tussen een net en een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken, dan wel tussen een net en een ander net op een ander spanningsniveau. In artikel 23, derde lid, aanhef en onder a, van de Wet is bepaald dat een door een verzoeker gevraagde aansluiting tot 10 MVA door de netbeheerder wordt gerealiseerd binnen een redelijke termijn, die in ieder geval is verstreken wanneer de aansluiting niet is gerealiseerd binnen 18 weken nadat het verzoek daartoe bij de netbeheerder is ingediend. Artikel 23, derde lid, aanhef en onder b, van de Wet bepaalt hetzelfde voor een aansluiting voor een productie-installatie voor de opwekking van duurzame elektriciteit of een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling, tenzij de netbeheerder niet in redelijkheid kan worden verweten dat hij de aansluiting niet binnen de genoemde termijn heeft gerealiseerd. Tussen partijen is niet in geschil en ook het College gaat ervan uit dat de aansluiting waar Roompotsluis in dit geval om heeft verzocht als een aansluiting tot 10 MVA moet worden aangemerkt en dat deze aansluiting niet is gerealiseerd binnen 18 weken nadat Roompotsluis haar verzoek om die aansluiting bij Delta heeft ingediend. ACM heeft daarom terecht vastgesteld dat Delta in dit geval de wettelijke aansluittermijn van 18 weken als bedoeld in artikel 23, derde lid, aanhef en onder a, van de Wet heeft geschonden. Het betoog van Delta ter zitting dat een redelijke wetsuitleg meebrengt dat de termijn van 18 weken pas gaat lopen vanaf de dag, gelegen 18 weken voor 1 april 2012, omdat de aansluiting feitelijk pas kan worden gerealiseerd nadat de windturbines zijn geplaatst, faalt. Zoals Roompotsluis ter zitting terecht heeft opgemerkt, gaat het in het geval van een aansluiting als hier aan de orde om een verbinding tussen een net en een onroerende zaak. De onroerende zaak is hier een perceel grond, zodat de aansluiting kan worden gerealiseerd zonder dat de betreffende windturbines op dit perceel zijn geplaatst. Evenmin is hier, zoals Delta ter zitting verder nog heeft betoogd, de uitzondering als genoemd in artikel 23, derde lid, aanhef en onder b, van de Wet van toepassing. Zoals blijkt uit de parlementaire geschiedenis waarnaar Roompotsluis ter zitting heeft verwezen (Kamerstukken I 2009-2010, 31 904, nr. C, p. 12 en nr. D, p. 29), geldt in dit geval onverkort de termijn genoemd in artikel 23, derde lid, aanhef en onder a, van de Wet. Ook deze grond faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/38f3b8ec464f2841ac8eb1aa1fa9afdc91908589331cdcb307b318bc130c7c47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 38f3b8ec464f2841ac8eb1aa1fa9afdc91908589331cdcb307b318bc130c7c47, en de alinea staat in dat document op bytes 17070 tot 19782.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/38f3b8ec464f2841ac8eb1aa1fa9afdc91908589331cdcb307b318bc130c7c47 | shasum -a 256