Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 december 2013

Onder 5.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 december 2013

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 december 2013, ECLI:NL:CBB:2013:301.

GCO stelt zich, samengevat, op het standpunt dat DNB ten onrechte voorschriften aan de verklaringen van geen bezwaar heeft verbonden, omdat daarvoor geen bevoegdheid bestaat. Naar haar mening biedt de Antonveneta-richtlijn, die in maximumharmonisatie voorziet, geen mogelijkheid om beperkingen te stellen of voorschriften te verbinden aan een verklaring van geen bezwaar. In verband hiermee acht GCO artikel 3:104, eerste lid, van de Wft onverbindend. Het oordeel van de rechtbank hieromtrent acht zij dan ook onjuist. GCO wijst er op dat de Antonveneta-richtlijn bij een voorgenomen verwerving voor de bevoegde autoriteiten slechts twee mogelijkheden biedt: het zich daartegen verzetten indien daarvoor goede redenen zijn op grond van de criteria van artikel 15 ter, eerste lid, van de Antonveneta-richtlijn of het zich niet verzetten tegen de verwerving. In een tussenvorm, zoals een verklaring van geen bezwaar met voorschriften, voorziet de Antonveneta-richtlijn niet. Bovendien bepaalt artikel 15 bis, zevende lid, van de Antonveneta-richtlijn dat de lidstaten geen voorschriften inzake kennisgeving aan en goedkeuring door de bevoegde autoriteiten van verwervingen mogen opleggen die stringenter zijn dan de bepalingen van de Antonveneta-richtlijn. Artikel 3:104, eerste lid, van de Wft is een dergelijk door de Antonveneta-richtlijn verboden voorschrift, omdat het verder gaat dan de eenvoudige verzet beslissing of geen verzet beslissing die de Antonveneta-richtlijn voorschrijft. Mocht er evenwel voor DNB toch een bevoegdheid bestaan voorschriften aan een verklaring van geen bezwaar te verbinden, welke bevoegdheid volgens GCO eerst zou kunnen worden aangenomen indien deze blijkt uit een prejudiciële beslissing van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dan heeft te gelden dat slechts voorschriften kunnen worden gesteld die noodzakelijk zijn in verband met de in artikel 15 ter, eerste lid, van de Antonveneta-richtlijn opgenomen limitatieve weigeringsgronden, die ook zijn opgenomen in artikel 3:100, eerste lid, van de Wft. GCO wijst er op dat DNB de verklaringen van geen bezwaar heeft verleend, hetgeen betekent dat geen van de weigeringsgronden zich voordoet en dat de bestreden voorschriften niet noodzakelijk zijn om te voorkomen dat DNB tot een weigering had moeten besluiten. GCO benadrukt dat DNB eerst in hoger beroep het standpunt heeft ingenomen dat de voorschriften 2 en 3 noodzakelijk zijn met het oog op de weigeringsgronden. Voorts houdt het eerste voorschrift, betreffende de informatievoorziening aan DNB, geen verband met de weigeringsgronden en is het bovendien overbodig omdat artikel 1:74 van de Wft en artikel 5:20 van de Awb reeds voorzien in de mogelijkheid voor DNB om inlichtingen en medewerking te verlangen. De rechtbank heeft ten onrechte de bezwaren tegen het eerste voorschrift niet-ontvankelijk verklaard, nu het voorschrift (onderdeel van) een voor bezwaar en beroep vatbaar besluit is. Bovendien heeft de rechtbank miskend dat met het verbinden van dit voorschrift aan de verklaringen van geen bezwaar een extra intrekkingsgrond tot stand is gebracht. Het tweede voorschrift, betreffende de dividendbeperking, houdt volgens DNB verband met de weigeringsgronden c en d van artikel 15 ter, eerste lid, van de Antonveneta-richtlijn, maar GCO betwist de noodzaak van deze beperking. Het derde voorschrift, betreffende de samenstelling van de raad van commissarissen, houdt volgens GCO ook geen verband met de weigeringsgronden. Dit voorschrift dient geen strikt prudentieel doel en is daarom niet toelaatbaar op grond van de richtlijn en ook overigens niet noodzakelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7aa9b95aac05ade103b6f8669951640314c4d0e5935979674879f1d6eb3f7d96. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7aa9b95aac05ade103b6f8669951640314c4d0e5935979674879f1d6eb3f7d96, en de alinea staat in dat document op bytes 22348 tot 25983.