Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 juli 2013
Onder 2. College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 juli 2013
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 24 juli 2013, ECLI:NL:CBB:2013:84.
Besmetting met de boktor behoort voorts tot het normale bedrijfsrisico. Van bedrijfsmatige telers en importeurs mag worden verwacht dat zij zich op de hoogte stellen van de ontwikkelingen op het gebied van plantenziekten. Dat het organisme is opgenomen in bijlage I van de Fytorichtlijn betekent dat het een quarantaineorganisme is voor alle planten. Het is al lange tijd bekend dat het organisme zeer schadelijk is voor een groot aantal loofbomen en struiken. Het grote risico dat de boktor vormt is voor de PD aanleiding geweest om op te roepen vondsten van het organisme te melden en ook zijn artikelen verschenen in de vakliteratuur waarin voor de boktor wordt gewaarschuwd. Het risico werd eens te meer duidelijk bij de vondst in het Westland in 2007 waarbij door middel van een flyer erop is gewezen dat de boktor gezonde bomen en struiken aantast van een groot aantal loofboomsoorten en struiken. Appellante was dus gewaarschuwd dat de boktor een zeer brede waardplantenreeks heeft. Daarnaast heeft de PD op een voorlichtingsavond op 22 januari 2008 gemeld dat bij een hernieuwde vondst met aanvullende maatregelen rekening moet worden gehouden. Van de eerdere maatregelen was appellante getuige geweest en deze waren ook gedeeltelijk aan haar opgelegd. Appellante was dus op de hoogte van een verhoogd risico in verband met de relevante planten en de mogelijkheid en zwaarte van aanvullende maatregelen of kon dit zijn. Met het (blijven) telen of importeren van gewassen wordt het risico geaccepteerd dat een schadelijk organisme als de boktor op enig moment en op willekeurige wijze het bedrijf treft. De gevolgen of maatregelen van een eventuele besmetting zijn derhalve niet onvoorzienbaar. Om die reden is ook de jurisprudentie van het College inzake Potato Spindle Tuber Viroid (PSTVd) niet van toepassing. In de brief van 1 september 2009 heeft verweerder een toezegging gedaan aan [A] in persoon en niet aan appellante. In die brief moet het woord ‘tuin’ in de gebruikelijke betekenis worden verstaan als ‘particuliere tuin’ en niet in de in het Westland gebruikte betekenis ‘bedrijf’. Naast het feit dat aan appellante geen ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezegging is gedaan over een tegemoetkoming, is evenmin voldaan aan het dispositievereiste. Het is immers niet gebleken dat appellante op basis van de mededelingen van verweerder dingen heeft gedaan of nagelaten waardoor zij in een nadeliger positie is komen te verkeren. Omdat de positie van tuineigenaren en bedrijven niet gelijk is qua voorzienbaarheid en het risico dat zij lopen, heeft verweerder deze groepen niet gelijk behandeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f156e6e8f17e08e21ee342fd0e6e895b17926447ba80340f2be427df20c9b186. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f156e6e8f17e08e21ee342fd0e6e895b17926447ba80340f2be427df20c9b186, en de alinea staat in dat document op bytes 8434 tot 11115.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f156e6e8f17e08e21ee342fd0e6e895b17926447ba80340f2be427df20c9b186 | shasum -a 256