Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 april 2014

Onder 4.3.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 april 2014

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 april 2014, ECLI:NL:CBB:2014:119.

Standpunt ACM Uit het totaal van bewijsmiddelen volgt dat [naam 2] heeft deelgenomen aan het kartel en dit met haar participatie mede in stand heeft gehouden. Niet alleen de faxen, maar zeker ook de afgelegde verklaringen van andere deelnemers aan het kartel tonen aan dat [naam 2] niet alleen van het systeem van informatie-uitwisseling afwist, maar dat zij ook hieraan heeft deelgenomen. Niet van belang is of [naam 2] op de hoogte was van alle contacten en vervalste aanbestedingen. Evenmin is van belang of [naam 2] op de hoogte was van (alle) sub-bestanddelen van de overtreding. Duidelijk is dat [naam 2] op de hoogte was van het doel en de werkwijze van het kartel, daaraan heeft deelgenomen en zodoende heeft bijgedragen aan het kartel en instandhouding hiervan gedurende de gehele looptijd, ook al werd het kartel in de loop der tijd minder actief. Ook indien wordt aangenomen dat [naam 2] niet tot aan het einde van het kartel op 25 februari 2004 heeft deelgenomen blijft zij aansprakelijk voor de gedragingen van de overige kartellisten. Uit de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: Hof van Justitie) in de zaken Anic (arrest van 8 juli 1999, C-49/92P, Commissie/Anic Partecipazioni SpA, Jur. 1999, blz. I-4125) en Mobiele Operators (arrest van 4 juni 2009, C-8/08, T-Mobile Netherlands BV, KPN Mobile NV, Orange Nederland NV en Vodafone Libertel NV/Raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, Jur. 2009, blz. I-4529) volgt dat bij een onderling afgestemde feitelijke gedraging, indien de onderneming actief blijft op de markt, wordt uitgegaan van het rechtsvermoeden dat een onderneming bij haar commerciële beleid rekening houdt met de kennis die een onderneming heeft van de gedragingen van de overige bij het kartel betrokken ondernemingen en er daarom is voldaan aan het vereiste causaal verband tussen kartelgedrag en het marktgedrag. [naam 2] is actief gebleven op de markt voor het leveren van boomkwekerijproducten aan gemeenten. Niet kan worden volgehouden dat [naam 2] niets wist. Uit faxen en verklaringen van meerdere ondernemingen blijkt dat [naam 2] (in ieder geval) op de hoogte was van een systeem van informatie-uitwisseling. Gedurende het kartel heeft zij zich bovendien nimmer duidelijk gedistantieerd bezien vanuit de strenge maatstaven die volgen uit de jurisprudentie van het Hof van Justitie. De poging van [naam 2] om individuele bewijsmiddelen ter discussie te stellen, voor zover die al slaagt, neemt niet weg dat [naam 2] wist van de werking van het kartel en met deze informatie rekening zal of kan hebben gehouden waardoor zij haar marktgedrag niet zelfstandig heeft bepaald. Ter zake van het SKN meldingensysteem betwist ACM dat [naam 2] hier niet aan heeft meegedaan. Duidelijk is dat [naam 2] wist van het bestaan van dit systeem en zij ook kennis van de werking van het systeem had. Dit alles laat onverlet de mogelijkheid dat [naam 2] gebruik heeft gemaakt van de meldingen in het systeem door de overige betrokken ondernemingen. Wat betreft de vraag of de door [naam 2] ingediende zienswijze kan dienen als bewijs is ACM het met [naam 2] eens dat het aanleveren van omzetgegevens door de ondernemingen op hun eigen initiatief heeft plaatsgevonden. [naam 2] gaat er echter aan voorbij dat tijdens de hoorzitting desgevraagd door de betreffende ondernemingen, waaronder [naam 2], is verklaard dat het hier besmette omzet betrof en niet de omzet behaald bij besmette gemeenten. Het verstrekken van de omzetinformatie is door ACM noch door de rechtbank opgevat als een erkenning van de overtreding, laat staan als een bekentenis die als bewijs is gebruikt. De aangeleverde informatie was echter van dien aard dat kon worden vastgesteld dat zij correspondeerde met de vervalste aanbestedingen die door ACM waren geïdentificeerd. In zoverre vormde het aanleveren ervan een bevestiging van de deelname aan de verboden gedragingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed676d3787c370de2d7c8be010a427d765d7e0bb3c9627f52cb27845986b0969. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed676d3787c370de2d7c8be010a427d765d7e0bb3c9627f52cb27845986b0969, en de alinea staat in dat document op bytes 26317 tot 30411.