Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 april 2014

Onder 4.3.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 april 2014

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 april 2014, ECLI:NL:CBB:2014:119.

Ter zake van de deelname van [naam 2] aan de gestelde overtreding acht het College, in navolging van de rechtbank, het door ACM gehanteerde bewijsmateriaal minder overtuigend dan bij de onderneming [naam 1] het geval is. De diverse faxen waarop [naam 2] op enigerlei wijze wordt genoemd leveren geen direct bewijs van haar deelname, nu er geen fax is die door [naam 2] is verstuurd en uit de inhoud van de faxen niet blijkt dat zij op door de andere ondernemingen gedane voorstellen heeft gereageerd. Het meest concreet zijn de faxen van [naam 5] van 11 oktober 2001 (nr. 04200186340223) en van 12 oktober 2001 (nr. 04200186340219) inzake een levering aan de gemeente Maassluis. [naam 2] stelt in zijn verklaring van 22 februari 2006 (ACM dossiernr. 5211_7/4) dat hij nooit op deze fax heeft gereageerd, maar ook dat hij niet uitsluit dat hij over deze levering contact heeft gehad met [naam 5]. Een uitdrukkelijke ontkenning van dit contact is zijn verklaring naar het oordeel van het College echter niet. Voorts hebben [naam 5] en [bedrijf 7] in hun verklaringen van 22 februari 2006 (ACM dossier nr. 5211_12/1) respectievelijk 14 november 2006 (ACM dossier nr. 5211_6/46) meermalen expliciet en zonder voorbehoud gesteld dat [naam 2] deelnam aan onderling overleg. Deze verklaringen worden ondersteund door de faxen die aan [naam 2] zijn gericht en/of waarop zijn naam voorkomt. [naam 2] zelf stelt in zijn verklaring van 22 februari 2006 ook dat er onderling werd overlegd en dat hij daar mee is gestopt toen het niet meer mocht. Aldus zijn de diverse verklaringen en faxen coherent en ondersteunen zij elkaar. Deze documenten vormen, in samenhang bezien, naar het oordeel van het College voldoende bewijs voor deelname van [naam 2] aan onderling overleg over de levering van boomkwekerijproducten aan gemeenten. De stelling van [naam 2] dat hij zich tijdens een telefoongesprek met [bedrijf 7] heeft gedistantieerd van de hiervoor beschreven gedraging is niet nader onderbouwd en is naar het oordeel van het College onvoldoende voor het oordeel dat sprake is van distantiëring door [naam 2] van de betreffende gedragingen. Gelet op het vorenstaande falen de door [naam 2] op dit punt aangevoerde hogerberoepsgronden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ed676d3787c370de2d7c8be010a427d765d7e0bb3c9627f52cb27845986b0969. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ed676d3787c370de2d7c8be010a427d765d7e0bb3c9627f52cb27845986b0969, en de alinea staat in dat document op bytes 32987 tot 35273.