Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 april 2014
Onder 3.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 april 2014
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 10 april 2014, ECLI:NL:CBB:2014:144.
Appellant komt voorts op tegen de ongegrondverklaring van de accountantskamer van het klachtonderdeel “hoor en wederhoor”. Hij stelt dat voor betrokkene geen noodzaak bestond het definitieve rapport (reeds) op 18 oktober 2010 uit te brengen en dit, op verzoek van appellant, had moeten uitstellen, gelet op diens belangen, mede omdat ook de opdrachtgever (de RvT) had verzocht om uitstel. Voorts stelt appellant dat uit het principe van wederhoor volgt dat betrokkene eerst (onderdelen van het) conceptrapport aan hem voor commentaar had moeten voorleggen en niet, zoals hier is gebeurd, gelijktijdig aan de opdrachtgever.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c5be5f130a9d3c9ca180360be52c09d240a9ed823b82db22e432826b01f60297. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c5be5f130a9d3c9ca180360be52c09d240a9ed823b82db22e432826b01f60297, en de alinea staat in dat document op bytes 7698 tot 8338.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c5be5f130a9d3c9ca180360be52c09d240a9ed823b82db22e432826b01f60297 | shasum -a 256