Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 mei 2014

Onder 4.2.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 mei 2014

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 mei 2014, ECLI:NL:CBB:2014:163.

Standpunt ACM in reactie op [appellant 1] en [appellant 2] De rechtbank heeft terecht voorop gesteld dat de tekst van artikel 11, eerste lid, van de CBW-voorwaarden er geen twijfel over laat bestaan dat een consument eerst bij aflevering behoeft te betalen. Daarmee geeft de rechtbank expliciet aan dat vaststaat dat artikel 11 inhoudt dat de consument pas bij aflevering behoeft te betalen en dat in die zin sprake is van een recht van de consument. Dat laatste uitgangspunt strookt met de gedachte achter de CBW-voorwaarden, namelijk de consument iets extra’s bieden. [appellant 1] en [appellant 2] trekken uit de laatste alinea van overweging 2.5.2 de conclusie dat de norm die de rechtbank stelt erop neerkomt dat zij met de consument overeenkomen dat deze eerst bij aflevering dient te betalen en dat afwijking daarvan uitzondering dient te zijn. ACM stelt dat dit niet is wat de rechtbank heeft bedoeld met dit deel van haar overweging. De betreffende zinsnede moet volgens ACM zo worden uitgelegd dat de rechtbank oordeelt dat [appellant 1] en [appellant 2] de consument standaard vragen om voorafgaand aan de aflevering te betalen, in afwijking van de standaard die artikel 11 van de CBW-voorwaarden voorschrijft.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2660f7eec7f25193fcd2e6b864453dbf89aec6b564caebe8228f63e3df7a25b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2660f7eec7f25193fcd2e6b864453dbf89aec6b564caebe8228f63e3df7a25b5, en de alinea staat in dat document op bytes 18954 tot 20266.