Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 mei 2014

Onder 4.4.4 College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 mei 2014

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 mei 2014, ECLI:NL:CBB:2014:163.

Beoordeling In artikel 2.23, eerste lid, van de Whc is bepaald dat ACM een beschikking openbaar kan maken omtrent het opleggen van een last onder dwangsom of bestuurlijke boete. Het is vast beleid van ACM om boetebesluiten ingevolge de Whc, in beginsel, openbaar te maken. Slechts indien het belang van een onderneming om openbaarmaking in een concreet geval te voorkomen omdat zij daardoor onevenredig wordt benadeeld, zwaarder weegt dan het maatschappelijk belang (om consumenten te informeren over en/of te waarschuwen voor bepaalde handelspraktijken) zal hierop een uitzondering kunnen worden gemaakt. Naar het oordeel van het College is dit beleid niet kennelijk onredelijk. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat ACM het basisboetebedrag van € 100.000,- ten onrechte heeft verhoogd met een bedrag van € 10.000,- wegens de door ACM gestelde non-coöperatieve houding van [appellant 1] en [appellant 2]. Tegen dit onderdeel van de aangevallen uitspraak is door ACM geen hoger beroep ingesteld, zodat dit in rechte vaststaat. Het College is van oordeel dat de vaststelling dat ten onrechte een boeteverhoging van € 10.000,- is toegepast niet zonder meer leidt tot het oordeel dat de besluiten tot openbaarmaking van de opgelegde boetes onrechtmatig zijn. Het besluit om tot publicatie van een boetebesluit over te gaan moet worden getoetst aan de feiten en omstandigheden die op dat moment aanwezig zijn. Bij de initiële publicatie van de betreffende boetebesluiten was naar het oordeel van het College geen sprake van een onevenredige benadeling van [appellant 1] en [appellant 2]. De omstandigheid dat als gevolg van het aanwenden van rechtsmiddelen tegen het boetebesluit de hoogte van de boete wijzigt maakt dat het boetebesluit niet ongewijzigd in stand kan blijven, maar brengt niet vanzelfsprekend mee dat het besluit om het oorspronkelijke boetebesluit te publiceren om die reden ook onrechtmatig moet worden bevonden. Daartoe moet het publicatiebesluit op zijn merites worden getoetst. Gelet hierop kan het oordeel van de rechtbank ter zake van de rechtmatigheid van de in bezwaar gehandhaafde publicatiebesluiten geen stand houden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2660f7eec7f25193fcd2e6b864453dbf89aec6b564caebe8228f63e3df7a25b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2660f7eec7f25193fcd2e6b864453dbf89aec6b564caebe8228f63e3df7a25b5, en de alinea staat in dat document op bytes 46542 tot 48851.