Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 juni 2014
Onder 3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 juni 2014
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 3 juni 2014, ECLI:NL:CBB:2014:200.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van LHV voor zover dat is gericht tegen de hoogte van de boete gegrond verklaard en de beslissing op bezwaar vernietigd. Daarbij heeft de rechtbank bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit en de boete vastgesteld op € 23.000,-. Voor het overige is het beroep ongegrond verklaard. In de uitspraak heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, allereerst overwogen dat de toezichthouders in redelijkheid hebben kunnen besluiten om aan het eind van de eerste onderzoeksdag de (gehele) secretariaatsruimte te verzegelen en dat ACM niet buiten de grenzen van artikel 5:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is getreden. Zij heeft voorts overwogen dat op grond van artikel 5:1, tweede lid, Awb als overtreder wordt aangemerkt degene die de overtreding pleegt of medepleegt. Dit kan zijn degene die door zijn fysieke handelingen de bestanddelen van het delict vervult, dan wel degene aan wie deze handelingen zijn toe te rekenen. In dit verband verwijst de rechtbank naar de arresten van de Hoge Raad van 23 februari 1954, NJ 1954,378 (het IJzerdraad-arrest) en 21 oktober 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7938 (het Drijfmest-arrest). Uit de wetsgeschiedenis van artikel 70b, eerste lid, Mw blijkt dat, indien een verzegeling is verbroken, ACM de onderneming in kwestie kan aanspreken, omdat het de verantwoordelijkheid van deze onderneming is om te waarborgen dat de verzegeling in tact blijft (Kamerstukken II, 2004-2005, 30 071, nr. 3 p. 27 en 28). Naar het oordeel van de rechtbank is de zegelverbreking door de beveiliger aan LHV toe te rekenen. Het handelen van de beveiliger lag in de machtssfeer van LHV en LHV is tekortgeschoten in hetgeen redelijkerwijs van haar kon worden verwacht om de zegelverbreking te voorkomen. De beveiliger was werkzaam voor een beveiligingsbureau dat is gecontracteerd door de huurdersvereniging van het bedrijfsverzamelgebouw. Ook LHV is lid van deze huurdersvereniging. Om te voorkomen dat de verzegeling verbroken zou worden, had LHV op het moment van de verzegeling zich ervan moeten vergewissen welke personen bevoegd toegang hadden tot haar kantoorruimte en had zij ervoor moeten zorgen dat deze werden ingelicht over de verzegeling. Anders dan aan de schoonmakers heeft LHV geen rechtstreekse instructies gegeven aan het beveiligingsbedrijf of de dienstdoende beveiliger ter voorkoming van verbreking van de verzegeling. Wel heeft een medewerkster van het secretariaat van LHV de faciliteitmanager van het bedrijfsverzamelgebouw over de verzegeling ingelicht, maar uit het dossier blijkt niet dat zij de faciliteitmanager expliciet en uitdrukkelijk heeft geïnstrueerd om de beveiliging op te dragen de verzegeling intact te laten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8bf0fdda0d47785e4d08b344c486edcb66570e87c617c462727509151c21a9e5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8bf0fdda0d47785e4d08b344c486edcb66570e87c617c462727509151c21a9e5, en de alinea staat in dat document op bytes 8841 tot 11639.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8bf0fdda0d47785e4d08b344c486edcb66570e87c617c462727509151c21a9e5 | shasum -a 256