Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 31 januari 2014
Onder 3.7.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 31 januari 2014
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 31 januari 2014, ECLI:NL:CBB:2014:21.
Appellanten sub 1 hebben in reactie op deze grieven aangevoerd dat uit het controledossier niet blijkt dat sprake is van een mondelinge overeenkomst van geldlening. [naam 1] ontkent dat hij [naam 4] aldus heeft geïnformeerd en ontkent dat hij heeft medegedeeld dat de vordering inbaar was en een afwaardering niet noodzakelijk was. Appellanten sub 1 voeren voorts aan dat [naam 4] de vordering tegen nominale waarde heeft opgenomen in de conceptjaarrekening. Zij stellen dat de enkele interne aanwezigheid van verkoopfacturen, waarop geen betaling is ontvangen, volstrekt onvoldoende is om het bestaan van een overeenkomst van geldlening aan te nemen, laat staan dat de omvang daarmee voldoende vaststaat. De in de jaarrekeningen opgenomen vordering sluit volgens hen in het geheel niet aan bij de subsidietoekenning.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e59665fde25fd083250fa6dc9524c43ba96b0e7e4f9d3f3c7ada119337ef3bb0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e59665fde25fd083250fa6dc9524c43ba96b0e7e4f9d3f3c7ada119337ef3bb0, en de alinea staat in dat document op bytes 29956 tot 30826.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e59665fde25fd083250fa6dc9524c43ba96b0e7e4f9d3f3c7ada119337ef3bb0 | shasum -a 256