Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 31 januari 2014

Onder 3.11.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 31 januari 2014

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 31 januari 2014, ECLI:NL:CBB:2014:21.

Zoals de accountantskamer heeft overwogen had volgens RJ 206 (het College verstaat RJ 160.206) de overeenkomst met Rheinbraun in de toelichting op de jaarrekeningen 2006/2007 van EKO Blok B.V. en Carbo Group B.V. alleen dan als gebeurtenis na balansdatum opgenomen moeten worden als de continuïteitsveronderstelling onjuist is of haar juistheid aan gerede twijfel onderhevig is. Het College is van oordeel dat appellanten sub 1 ook in hoger beroep onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat hiervan sprake was. De accountantskamer heeft klachtonderdeel h dan ook terecht ongegrond verklaard. Het College is voorts van oordeel dat de stellingen van appellanten sub 1 ter zake van de noodzaak voor het opnemen van een voorziening onvoldoende gefundeerd zijn, en de noodzaak daartoe door [naam 4] voldoende is weerlegd. Ook klachtonderdeel i is terecht ongegrond verklaard. De grieven van appellanten sub 1 slagen niet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e59665fde25fd083250fa6dc9524c43ba96b0e7e4f9d3f3c7ada119337ef3bb0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e59665fde25fd083250fa6dc9524c43ba96b0e7e4f9d3f3c7ada119337ef3bb0, en de alinea staat in dat document op bytes 48247 tot 49204.