Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 januari 2014
Onder 3.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 januari 2014
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 januari 2014, ECLI:NL:CBB:2014:25.
Vooreerst licht het College nader toe waarom het geen aanleiding heeft gezien aan artikel 8:62, tweede lid, Awb toepassing te geven. Bij aanvang van de zitting heeft appellante het College verzocht te bepalen dat het onderzoek ter zitting in beide zaken geheel zal plaatshebben met gesloten deuren, omdat in deze procedures, nu AFM zich niet bij het door de rechtbank ter zake gegeven oordeel heeft neergelegd (zaak 12/394), tevens de beslissing tot openbaarmaking van de last onder dwangsom en het boetebesluit in geding is. Het College stelt met appellante vast dat de Whc niet een met artikel 1:101 Wft overeenkomende bepaling kent. Dit artikel geeft voor het geval dat tegen een boete- of dwangsombesluit op grond van de Wft bezwaar (respectievelijk eventueel beroep tegen de beslissing op dit bezwaar) is ingesteld en bij wijze van voorlopige voorziening een publicatieverbod van dat besluiten is opgelegd, een regeling die inhoudt dat het onderzoek van het bezwaar, respectievelijk het beroep ter zitting plaatsvindt met gesloten deuren. Voor analoge toepassing van dit artikel, zoals door appellante bepleit, bestaat geen aanleiding, reeds niet omdat de daarin bedoelde situatie zich hier niet voordoet. Er is in hoger beroep geen bij wijze van voorlopige voorziening ingesteld publicatieverbod van kracht. Het College overweegt voorts dat ingevolge artikel 8:62, eerste lid, Awb de zitting openbaar is. Het tweede lid van dit artikel noemt limitatief vier gronden die voor de rechter aanleiding kunnen zijn te bepalen dat het onderzoek met gesloten deuren zal plaatsvinden. Deze vier gronden komen ook voor in artikel 269 van het Wetboek van Strafvordering en zijn ontleend aan artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). De eerste twee gronden - openbare orde of goede zeden en het belang van de veiligheid van de staat - zijn hier niet aan de orde. De derde grond betreft, voor zover hier van belang, de mogelijkheid dat de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen behandeling met gesloten deuren eist. Daarvan is bij een openbare behandeling van een beroep tegen een punitieve sanctie opgelegd aan een rechtspersoon wegens het voeren van oneerlijke handelspraktijken geen sprake. Voor toepassing van het vierde criterium is vereist dat openbaarheid het belang van een goede rechtspleging ernstig zou schaden. Het College ziet geen grond voor het oordeel, dat het belang van een goede rechtspleging, dat zich in het algemeen niet verzet tegen berechting in het openbaar van misdrijven en overtredingen van allerlei aard, in dit geval geschaad zou worden door de behandeling in het openbaar van beroep tegen een sanctiebesluit als hier aan de orde. Het College tekent daarbij aan dat er een substantieel verschil is tussen de beslissing tot actieve openbaarmaking van een sanctiebesluit op grond van artikel 2.23 Whc en de mogelijkheid dat een consument door de openbaarheid van een rechtszitting van het bestaan van zo’n sanctiebesluit op de hoogte zou komen. Voor zover het appellante erom is te doen dat het feit dat haar wegens het overtreden van de Whc een boete is opgelegd niet eerder openbaar wordt gemaakt dan nadat het College onherroepelijk over de beslissing van AFM tot openbaarmaking van het boetebesluit heeft geoordeeld, wijst het College erop dat ingevolge artikel 8:78 Awb zijn beslissing in het openbaar wordt uitgesproken. Bij publicatie van die uitspraak vindt anonimisering plaats volgens de daarvoor geldende richtlijnen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/260760fe1984fa11fcd461900b1eb2ab29e746f08ebf08386157e7a0dde506a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 260760fe1984fa11fcd461900b1eb2ab29e746f08ebf08386157e7a0dde506a8, en de alinea staat in dat document op bytes 22959 tot 26554.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/260760fe1984fa11fcd461900b1eb2ab29e746f08ebf08386157e7a0dde506a8 | shasum -a 256