Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 januari 2014

Onder 3.4 College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 januari 2014

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 januari 2014, ECLI:NL:CBB:2014:25.

Evenals de rechtbank ziet het College niet in dat de wetgever met het bepaalde in artikel 8.8 Whc geen verbod heeft ingesteld. Uit dit artikel volgt dat een handelaar de bepalingen in het BW omtrent oneerlijke handelspraktijken niet mag overtreden. Voor zover hier aan de orde is het op grond van die bepalingen een handelaar verboden jegens de consument een oneerlijke handelspraktijk te verrichten en in het bijzonder is het hem niet toegestaan een misleidende handelspraktijk te verrichten. Het College onderschrijft hetgeen de rechtbank te dien aanzien heeft overwogen. Voorts kan worden gewezen op de Memorie van Toelichting bij de Wohp (blz. 18), waar is vermeld dat de bepalingen uit het BW omtrent oneerlijke handelspraktijken zijn overgenomen in de Whc (artikel 8.8), alsmede dat deze normen concreet en nauwkeurig zijn omschreven en zich derhalve lenen voor bestuursrechtelijke handhaving. Dit betekent, aldus de Memorie van Toelichting, dat de AFM bij overtreding van deze bepalingen bestuursrechtelijk kan handhaven en onder meer een last onder dwangsom en/of een bestuurlijke boete kan opleggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/260760fe1984fa11fcd461900b1eb2ab29e746f08ebf08386157e7a0dde506a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 260760fe1984fa11fcd461900b1eb2ab29e746f08ebf08386157e7a0dde506a8, en de alinea staat in dat document op bytes 28828 tot 29952.