Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 januari 2014
Onder 3.11 College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 januari 2014
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 januari 2014, ECLI:NL:CBB:2014:25.
Ten aanzien van de nadere stukken die appellante heeft overgelegd ter onderbouwing van haar standpunt dat de hoogte van de boete, gelet op haar draagkracht, verder behoort te worden gematigd, heeft AFM aangevoerd dat die stukken niet binnen de in artikel 8:58 Awb bepaalde termijn van tien dagen voor de zitting bij het College zijn ingediend. Hierin heeft het College, anders dan AFM heeft bepleit, geen aanleiding gezien die stukken niet bij de behandeling van het hoger beroep te betrekken. Op grond van de toelichting van de gemachtigde van appellante ter zitting gaat het College ervan uit dat door een vergissing zijnerzijds de tijdige verzending van de stukken is mislukt en hij bij ontdekking van dit abuis onmiddellijk alsnog voor juiste verzending heeft gezorgd. De inhoud van de stukken is naar het oordeel van het College bovendien niet van dien aard dat het voor AFM niet mogelijk was daarop te reageren, hetgeen zij ook heeft gedaan. AFM heeft gesteld dat de stukken het ten aanzien van de draagkracht gestelde onvoldoende onderbouwen en heeft het College niet verzocht haar een termijn voor een nadere reactie te gunnen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/260760fe1984fa11fcd461900b1eb2ab29e746f08ebf08386157e7a0dde506a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 260760fe1984fa11fcd461900b1eb2ab29e746f08ebf08386157e7a0dde506a8, en de alinea staat in dat document op bytes 44934 tot 46084.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/260760fe1984fa11fcd461900b1eb2ab29e746f08ebf08386157e7a0dde506a8 | shasum -a 256