Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 januari 2014

Onder 4.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 januari 2014

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 9 januari 2014, ECLI:NL:CBB:2014:3.

De minister heeft weliswaar naar aanleiding van de bestreden uitspraak op 26 september 2011 een beslissing op bezwaar genomen, maar stelt zich primair op het standpunt dat de brief van ITB van 9 mei 2007 door de rechtbank ten onrechte is aangemerkt als een bezwaarschrift. Hiertoe heeft de minister erop gewezen dat die brief niet aan hem maar aan CDFD is gericht en dat de bewoordingen en suggesties van ITB in die brief eventuele twijfel over het rechtskarakter van die brief wegnemen. Bovendien is de rechtbank er in de aangevallen uitspraak volledig aan voorbij gegaan dat, zo er al sprake zou zijn van een bezwaarschrift, dit is gericht tegen een niet voor bezwaar en beroep vatbaar algemeen verbindend voorschrift. In de op 20 april 2007 vastgestelde Regeling en de daarbij behorende bijlage is genormeerd met welke inhaalprogramma’s een diplomahouder (oude stijl) kan voldoen aan de eindtermen van het BGfo. Deze programma’s zijn volgens de minister op gelijke wijze tot alle diplomahouders gericht en onderling inwisselbaar, waardoor ook de bijlage bij de Regeling het karakter van een algemeen verbindend voorschrift heeft. Daarom is het bezwaar van 9 mei 2007 volgens de minister op juiste gronden in het besluit van 26 september 2011 niet-ontvankelijk verklaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34ce4b8dfb2c63e1dbecf00e82bf557b43301ebaf2fbc307b9640524e63bd7a8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34ce4b8dfb2c63e1dbecf00e82bf557b43301ebaf2fbc307b9640524e63bd7a8, en de alinea staat in dat document op bytes 19419 tot 20722.