Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 augustus 2014

Onder 5.3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 augustus 2014

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 augustus 2014, ECLI:NL:CBB:2014:304.

Het College ziet evenmin plaats voor het oordeel dat deze gronden slagen indien zou moeten worden geoordeeld dat, tegen de achtergrond van de uitleg die aan het bepaalde in de Richtlijn en meer in het bijzonder aan het begrip ‘rechthebbende’ in artikel 8, derde lid, daarvan moet worden gegeven, het hiervoor genoemde uitgangspunt dat DSB met de door appellanten overgelegde stukken bekend was of behoorde te zijn, niet in alle gevallen gehanteerd mag worden. Zoals volgt uit hetgeen hierna zal worden overwogen, laat het bepaalde in de Richtlijn geen uitleg toe die meebrengt dat een derde via niet bij de gefailleerde bank bekende stukken, zoals het geval is bij appellanten, een aanspraak op vergoeding uit het DGS kan ontlenen aan het bepaalde in de Richtlijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd58484c8f5ae12e1b1501025dab098c38458248fd4248a2d4f8e8817830e78a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd58484c8f5ae12e1b1501025dab098c38458248fd4248a2d4f8e8817830e78a, en de alinea staat in dat document op bytes 42824 tot 43606.