Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 augustus 2014
Onder 5.5 College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 augustus 2014
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 augustus 2014, ECLI:NL:CBB:2014:304.
Wat daarvan echter verder zij, het leidt niet tot het oordeel dat het stellen van prejudiciële vragen op dit punt nodig is. Evenmin leidt het tot een ander oordeel over de gegrondheid van het hoger beroep. Appellante heeft immers aan de tekst van artikel 19 Bbpm niet zonder meer kunnen ontlenen dat de rekening waarop de Houdstermaatschappij de gelden voor haar hield kwalificeerde als het, door een persoon als in dat artikel bedoeld, krachtens overeenkomst of wet op eigen naam voor haar, als derde, aanhouden van deposito’s. Niet in geschil is voorts dat in de toepassing van het DGS in het kader van het faillissement van DSB geen vorderingen van dergelijke deposanten op een kwaliteitsrekening aan de orde zijn geweest. De rechtbank heeft in dit verband op goede grond overwogen dat de omstandigheid dat appellante op de overeenkomst van 10 april 2009 is bijgeschreven en dat het in eerste instantie gestorte bedrag van €100.000,-- met een zelfde bedrag is verhoogd, nog niet meebrengt dat appellante daaraan een gerechtvaardigd vertrouwen heeft mogen ontlenen dat zij hiermee een eigen aanspraak op het DGS zou krijgen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd58484c8f5ae12e1b1501025dab098c38458248fd4248a2d4f8e8817830e78a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd58484c8f5ae12e1b1501025dab098c38458248fd4248a2d4f8e8817830e78a, en de alinea staat in dat document op bytes 50764 tot 51910.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd58484c8f5ae12e1b1501025dab098c38458248fd4248a2d4f8e8817830e78a | shasum -a 256