Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 augustus 2014

Onder 5.6.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 augustus 2014

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 augustus 2014, ECLI:NL:CBB:2014:304.

Uitgaande van een uitleg, als hiervoor bedoeld, van de Richtlijn kan in het midden worden gelaten hoe de in artikel 8, derde lid, van de Richtlijn genoemde voorwaarde van de vaststelling van de identiteit van de persoon van de rechthebbende, wat betreft het tijdstip van mogelijke vaststelling, dient te worden uitgelegd. Ter beperking van de kring van gerechtigden tot een DGS-uitkering tot diegenen waarvoor het DGS bedoeld is behoeft, bij een uitleg van dit artikel in de hiervoor bedoelde zin, de voorwaarde dat de identiteit van die persoon is of kan worden vastgesteld door de betalingsonmachtige bank vóór de datum dat de betalingsonmacht wordt vastgesteld niet noodzakelijkerwijs zo te worden uitgelegd, dat die rechthebbende (niet zijnde deposant) slechts door de garantie wordt gedekt indien het bewijs van zijn rechten bij de betalingsonmachtige bank aanwezig is of aanwezig had behoren te zijn vóór de datum dat de betalingsonmacht wordt vastgesteld. Het College overweegt dat voor het standpunt van DNB ter zake kan spreken dat het DGS een doelmatig stelsel dient te vormen waarin op korte termijn uitkeringen uit hoofde van de garantie dienen plaats te vinden en waarin het risico van dubbele uitkeringen dient te worden uitgesloten. Dit kan een uitleg meebrengen die impliceert dat DNB niet gehouden is een uitvoerig onderzoek in te stellen naar eventueel bestaande civielrechtelijke verhoudingen tussen de rekeninghouder en mogelijke derden, en dat alleen dan derden een beroep op het DGS kunnen doen indien wordt voldaan aan strikte voorwaarden ten aanzien van het bewijs van hun rechten, waaronder de voorwaarde dat het bestaan van deze rechten bij de bank bekend is of behoort te zijn vóór de datum waarop de betalingsonmacht wordt vastgesteld. Deze uitlegvraag is echter voor de beslechting van het geschil alleen van belang in het geval dat, in de Nederlandse situatie, sprake is van bewaargeving door de rechthebbende op een specifieke of generieke kwaliteitsrekening. Dat is in het geval van appellante, zoals hiervoor is overwogen, niet aan de orde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd58484c8f5ae12e1b1501025dab098c38458248fd4248a2d4f8e8817830e78a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd58484c8f5ae12e1b1501025dab098c38458248fd4248a2d4f8e8817830e78a, en de alinea staat in dat document op bytes 54716 tot 56809.