Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 augustus 2014

Onder 3 College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 augustus 2014

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 augustus 2014, ECLI:NL:CBB:2014:304.

“ 2.8 Gelet op de artikelen 20, tweede lid, en 25, eerste lid, van het Bbpm, in samenhang bezien, gaat het er om bij de vraag of sprake is van een derde in de zin van artikel 19, aanhef en onder c, van het Bbpm of de betalingsonmachtige bank voordat die betalingsonmachtig werd, beschikte over stukken waaruit het bestaan van de vorderingen van een derde kon worden vastgesteld. Daarbij moet onder dit beschikken ook worden begrepen dat die stukken tijdig aan de bank werden verstrekt, maar daar in het ongerede zijn geraakt. De bewijslast voor die laatste omstandigheid rust dan op degene die aanspraak meent te kunnen maken op een uitkering krachtens het Bbpm (zie ook de uitspraak van deze rechtbank van 8 september 2011, LJN BT2021).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd58484c8f5ae12e1b1501025dab098c38458248fd4248a2d4f8e8817830e78a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd58484c8f5ae12e1b1501025dab098c38458248fd4248a2d4f8e8817830e78a, en de alinea staat in dat document op bytes 22138 tot 22890.