Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 augustus 2014
Onder 4.2.1 College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 augustus 2014
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 7 augustus 2014, ECLI:NL:CBB:2014:304.
DNB betoogt dat appellanten geen stukken hebben overgelegd waaruit blijkt van een overeenkomst op grond waarvan de Houdstermaatschappij de helft van het tegoed op de rekening specifiek voor [naam 2] diende aan te houden. Uit de overeenkomst van 10 april 2009 blijkt dit niet. Daarmee is niet voldaan aan de voorwaarde die artikel 19, aanhef en onder c, van het Bbpm stelt. Dat, zoals [naam 2] heeft aangevoerd, zij in de Overeenkomst aanvankelijk niet als uiteindelijk belanghebbende werd vermeld, doet volgens DNB daaraan niet af, nu dit een gevolg is van het feit dat [naam 1] bij het invullen van het aanmeldingsformulier zelf ten onrechte heeft gesteld dat hij 100% van de aandelen in de Houdstermaatschappij hield en dat er geen andere uiteindelijk belanghebbende was. Met de bijschrijving is de onjuiste vermelding van de uiteindelijk belanghebbende als bedoeld in de Wwft hersteld. Uit de gestelde vragen op het door de heer [naam 1] ingevulde vragenformulier van DSB Bank blijkt, aldus DNB, duidelijk dat DSB onder uiteindelijk belanghebbende een persoon verstaat die een bepaald percentage aandelen of stemrechten heeft in de rechtspersoon die rekeninghouder is en dat de vraag naar de uiteindelijk belanghebbende aldus werd gesteld ter uitvoering van de verplichtingen voortvloeiend uit de Wwft. Dat uit de Overeenkomst blijkt dat appellante een belang had in de Houdstermaatschappij betekent niet dat deze laatste de tegoeden op de rekening gedeeltelijk ten behoeve van haar aanhield als bedoeld in artikel 19, aanhef en sub c Bbpm op basis van de Overeenkomst. Voor zover uit de feiten en omstandigheden met betrekking tot de verhoging van het depositobedrag blijkt dat het de bedoeling was om [naam 2] tot derde-gerechtigde te maken, geeft dit haar geen recht op een uitkering uit het depositogarantiestelsel. DNB voert daartoe aan dat zij geen beleidsvrijheid heeft bij de uitvoering van het depositogarantiestelsel en dat zij aan de bedoeling van rekeninghouders, derden of de bank geen gevolgen kan verbinden. Artikel 19, aanhef en sub c, Bbpm bepaalt voorts dat DNB een persoon pas als derde-gerechtigde mag aanmerken als er een overeenkomst bestaat waarin is bepaald dat de rekeninghouder het tegoed of een deel daarvan aanhoudt voor die derde. Artikel 25, eerste lid, van het Bbpm bepaalt dat DNB het bestaan en de waarde van de vordering dient vast te stellen aan de hand van de toepasselijke wettelijke bepalingen en contractuele voorwaarden, de boekhouding van de betalingsonmachtige bank en eventuele andere relevante documenten. Appellante heeft geen enkele overeenkomst overgelegd tussen de Houdstermaatschappij als rekeninghouder en haarzelf waaruit blijkt dat zij hebben afgesproken dat de Houdstermaatschappij de helft van het tegoed voor appellante aanhoudt. Alleen al om deze reden kan het beroep op artikel 19, aanhef en sub c, Bbpm niet slagen, aldus DNB. Ter zitting heeft DNB daaraan nog toegevoegd dat zelfs als zo’n overeenkomst in dit geval zou hebben bestaan dat niet zonder meer betekent dat appellante recht op een vergoeding uit het DGS zou hebben. Daarvoor is volgens DNB vereist dat DSB met een overeenkomst tussen appellante en de Houdstermaatschappij bekend was en dat DSB de daaruit voortvloeiende aanspraken van appellante erkende. Uit artikel 20, tweede lid, Bbpm blijkt dat alleen vorderingen van een derde voor vergoeding in aanmerking komen. Gezien de aard van het garantiestelsel moet het daarbij gaan om vorderingen jegens een bank. Ook aan dit vereiste is niet voldaan in appellantes geval, aldus DNB.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fd58484c8f5ae12e1b1501025dab098c38458248fd4248a2d4f8e8817830e78a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fd58484c8f5ae12e1b1501025dab098c38458248fd4248a2d4f8e8817830e78a, en de alinea staat in dat document op bytes 26841 tot 30414.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fd58484c8f5ae12e1b1501025dab098c38458248fd4248a2d4f8e8817830e78a | shasum -a 256