Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 11 september 2014
Alinea 22 College van Beroep voor het bedrijfsleven 11 september 2014
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 11 september 2014, ECLI:NL:CBB:2014:356.
Appellant heeft subsidiair gesteld dat er gronden aanwezig zijn voor matiging van de boete. De overtreding kan hem, gelet op het voorgaande, niet dan wel in mindere mate worden verweten en van een ernstige overtreding, waarop de wet- en regelgever het oog had bij het vaststellen van de boetemaatstaf, is geen sprake. Bovendien heeft appellant ook veel negatieve aandacht gekregen van de pers, heeft hij geen voordeel behaald met het doen van de uitlatingen en is evenmin schade aan beleggers berokkend. Deze boete van € 96.000,- staat niet in verhouding tot boetes die in andere, zwaardere zaken zijn opgelegd. Appellant heeft voorts betoogd dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM niet is overschreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d119d02fcfd366a998f08f7cf968bafcd8d0143ca7900eea49182d959a9cc34. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d119d02fcfd366a998f08f7cf968bafcd8d0143ca7900eea49182d959a9cc34, en de alinea staat in dat document op bytes 10372 tot 11153.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9d119d02fcfd366a998f08f7cf968bafcd8d0143ca7900eea49182d959a9cc34 | shasum -a 256