Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 11 september 2014
Alinea 31 College van Beroep voor het bedrijfsleven 11 september 2014
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 11 september 2014, ECLI:NL:CBB:2014:356.
3.3.4 Het College is voorts van oordeel dat appellant redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de door hem verstrekte informatie onjuist of (in ieder geval) misleidend was. Appellant heeft de suggestie gewekt dat een voor de beurskoers positief persbericht aanstaande was, terwijl hij op grond van de hem op dat moment beschikbare informatie - onder meer (de communicatie over) het conceptpersbericht - wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die informatie niet voor de beurskoers positief was. Uit de hem bekende informatie volgde juist onder meer dat [naam 4] voornemens was over 2009 geen dividend uit te keren, wat in het persbericht van 12 juni 2009 vervolgens ook is meegedeeld. Dat het besluit inzake het dividend over 2009 formeel nog niet genomen was ten tijde van de opname van het interview, doet daar niet aan af. Appellant was toen immers al wel op de hoogte van het voornemen daartoe, maar heeft toch in dat interview gesuggereerd dat een voor de beurskoers van [naam 4] positief persbericht aanstaande was. Appellant wist toen of had toen redelijkerwijs moeten vermoeden dat de uitlating onjuist, dan wel (in ieder geval) misleidend was.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9d119d02fcfd366a998f08f7cf968bafcd8d0143ca7900eea49182d959a9cc34. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9d119d02fcfd366a998f08f7cf968bafcd8d0143ca7900eea49182d959a9cc34, en de alinea staat in dat document op bytes 15438 tot 16607.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9d119d02fcfd366a998f08f7cf968bafcd8d0143ca7900eea49182d959a9cc34 | shasum -a 256