Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 september 2014

Onder 4 College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 september 2014

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 september 2014, ECLI:NL:CBB:2014:365.

In zijn uitspraak van 13 januari 2012 (ECLI:NL:CBB:2012:BV0842) heeft het College met betrekking tot zijn bevoegdheid om het daar aan de orde zijnde geschil te beoordelen overwogen dat de in artikel 43 Wgb neergelegde regeling omtrent openbaarmaking en vertrouwelijkheid van gegevens, blijkens de Memorie van Toelichting bij dit artikel uitdrukkelijk is bedoeld als opvolger van de voorheen in artikel 22 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 neergelegde regeling en dat met artikel 43 Wgb evenzeer als met de voordien geldende regeling is beoogd een eigen, exclusieve openbaarheidsvoorziening te treffen, waarvoor de algemene openbaarheidsvoorziening in de Wet openbaarheid van bestuur wijkt. De inleidende informatieverzoeken hebben betrekking op gewasbeschermingsmiddelen en één biocide. Die verzoeken dateren van 11 mei 2011, 24 augustus 2011 en 25 oktober 2011. Toen gold zowel artikel 43 als artikel 70 van de Wgb. Verweerder heeft in zijn verweerschrift (in de zaak 13/209, onder 1.3 en 3.4) aangegeven deze verzoeken te hebben afgehandeld met toepassing van het toen geldende artikel 43 Wgb. Artikel 43 Wgb is evenwel vervallen met de inwerkingtreding - op 26 november 2011 - van de wet van 24 maart 2011 tot wijziging van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden in verband met de implementatie van Europese regelgeving op het gebied van het op de markt brengen en het duurzaam gebruik van gewasbeschermingsmiddelen (Stb. 235). Dat betekent dat verweerder zowel ten tijde van het nemen van het primaire besluit als ten tijde van het nemen van de beslissing op bezwaar – 18 maart 2013 – zijn bevoegdheid om op die informatieverzoeken, voorzover die betrekking hebben op gewasbeschermingsmiddelen, te beslissen, bij gebreke van een daartoe strekkende overgangbepaling, niet langer aan artikel 43 Wgb kon ontlenen. Dat heeft tot gevolg dat het College zal hebben na te gaan of ten tijde hier van belang een exclusieve openbaarheidsvoorziening dienaangaande gold, waaraan verweerder zijn bevoegdheid kon ontlenen tot het nemen van de bestreden besluiten. Een ontkennende beantwoording van die vraag leidt ertoe dat deze besluiten geacht moeten worden te zijn genomen op basis van de Wet openbaarheid van bestuur. In dat geval is een andere rechter dan het College bevoegd te oordelen over het daartegen ingestelde beroep. In dat verband is van belang dat de Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (Pb L 309, 24.11.2009, p. 1), verder onder meer aan te duiden als de Gewasbeschermingsmiddelenverordening, vanaf 14 juni 2011 van toepassing is geworden. In, van Hoofdstuk VI (Toegang van het publiek tot informatie) deel uitmakende, artikel 63 van deze verordening, ligt, mede blijkens zijn opschrift: ”Vertrouwelijkheid”, een regeling omtrent vertrouwelijkheid besloten. Het derde lid van artikel 63 bepaalt dat dit artikel geen afbreuk doet aan Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie (hierna ook aan te duiden als Milieu-Informatierichtlijn). Voorts is van betekenis dat verweerder, blijkens het bepaalde in artikel 4, eerste lid, Wgb wordt aangewezen als bevoegde autoriteit voor Nederland in de zin van artikel 75 van voornoemde Verordening. Het bepaalde in artikel 63 van de Gewasbeschermingsmiddelenverordening in samenhang gelezen met het bepaalde bij artikel 4 Wgb vormt aldus naar het oordeel van het College, in lijn met de vroegere regimes (zoals vervat in artikel 22 van de Bestrijdingsmiddelenwet 1962 en artikel 43 Wgb), een exclusieve openbaarmakingsvoorziening. De conclusie is dat verweerder zijn bevoegdheid om op de onderhavige informatieverzoeken voor zover die betrekking hebben op gewasbeschermingsmiddelen te beslissen, heeft ontleend aan een exclusieve openbaarheidsvoorziening, als hiervoor bedoeld. Deze opvatting is door verweerder bij brief van 1 mei 2014, in antwoord op daartoe strekkende vragen van het College, zoals vervat in zijn brief van 1 april 2014 aan partijen, bevestigd. Ten tijde hier van belang gold voorts voor openbaarmaking en vertrouwelijkheid van gegevens betrekking hebbend op biociden nog steeds artikel 70 van de Wgb het equivalent van artikel 43 Wgb.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbf701ca30c8ad43dbb9387120dfae2893f8214c64aa337d65cd668667f92ce5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbf701ca30c8ad43dbb9387120dfae2893f8214c64aa337d65cd668667f92ce5, en de alinea staat in dat document op bytes 25927 tot 30341.