Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 september 2014

Onder 5.4.2 College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 september 2014

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 september 2014, ECLI:NL:CBB:2014:365.

Het College merkt in dit verband tevens op dat door BCS aan de Bijenstichting de gelegenheid is geboden om door middel van een zogeheten "reading room" kennis te nemen van alle door haar verlangde stukken. Naar aanleiding van dit aanbod van een reading room - waarvan niet is gebleken dat dit niet langer door BCS gestand wordt gedaan - heeft zich tussen partijen een debat ontsponnen over de vraag wat nu precies de rol van een reading room hier in het kader van de toepasselijke regelgeving is of zou behoren te zijn en is gesuggereerd dat ook op dit punt aanleiding bestaat tot het stellen van bepaalde vragen aan het Hof van Justitie. Dienaangaande overweegt het College in de eerste plaats dat het geen twijfel lijdt dat een zodanig aanbod, nu dit slechts een relatieve openbaarmaking betreft, niet kan worden aangemerkt als "openbaarmaking" als bedoeld in de Milieu-Informatierichtlijn. Evenmin lijdt het naar het oordeel van het College twijfel dat de toepasselijke Unieregelgeving ruimte biedt om het gegeven dat een zodanig aanbod is gedaan een rol te laten spelen in de beoordeling van de door het bestuursorgaan bij openbaarmaking gepleegde belangenafweging, de motivering en de toepassing van het processuele verdedigingsbeginsel in concreto, wanneer het verzoek om openbaarmaking de (wijziging van de) toelatingsbeslissing als inzet heeft. Door de mogelijkheid van kennisname van de stukken via de reading room wordt de Bijenstichting immers in de gelegenheid gesteld om in een procedure die een (wijziging van een) toelating als inzet heeft haar stellingen te specificeren en haar argumenten gedetailleerd te ontvouwen. De door de Bijenstichting opgeworpen vraag of onderscheid moet worden gemaakt tussen enerzijds openbaarmaking naar aanleiding van een verzoek om openbaarmaking op grond van Richtlijn 2003/4 en anderzijds de toezending van processtukken als procespartij kan voorts naar het oordeel van het College zonder meer bevestigend worden beantwoord. Daarom ziet het College ook op dit punt af van het stellen van prejudiciële vragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbf701ca30c8ad43dbb9387120dfae2893f8214c64aa337d65cd668667f92ce5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbf701ca30c8ad43dbb9387120dfae2893f8214c64aa337d65cd668667f92ce5, en de alinea staat in dat document op bytes 37072 tot 39182.