Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 september 2014

Onder 5.4.4 College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 september 2014

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 12 september 2014, ECLI:NL:CBB:2014:365.

Verweerder en BCS hebben ten slotte nog enkele vragen voorgesteld die zien op de belangenafweging in het kader van meergenoemd artikel 4 van de Milieu-Informatierichtlijn in verband met het belang dat is verbonden aan de bepalingen over dataprotectie in onder meer artikel 13 van Richtlijn 91/414/EEG en artikel 12 van Richtlijn 98/8/EG. Door het Hof van Justitie is in zijn hiervoor reeds aangehaalde arrest van 16 december 2010 (C-266/09), in de propamocarb-zaak op de derde door het College in die zaak gestelde vraag geantwoord, voor zover hier van belang, dat artikel 4 van Richtlijn 2003/4 aldus moet worden uitgelegd dat de daarin voorgeschreven afweging van het algemene belang dat met openbaarmaking van milieu-informatie is gediend, tegen het specifiek belang dat is gediend met de weigering om openbaar te maken, dient plaats te vinden in elk afzonderlijk geval dat aan de bevoegde autoriteiten wordt voorgelegd. Het lijdt naar het oordeel van het College, gelet ook op dit antwoord van het Hof, geen twijfel dat bij de meerbedoelde belangenafweging in beginsel ook enig gewicht toekomt aan de omstandigheid dat de gegevens waarvan openbaarmaking wordt verzocht onder een regeling, als hiervoor bedoeld, omtrent dataprotectie vallen. Het gewicht dat aan het specifieke belang enerzijds en aan het algemene belang van openbaarmaking anderzijds in elk afzonderlijk geval toekomt, moet door de bevoegde autoriteit van de betrokken Lidstaat worden beoordeeld en bepaald. Verweerder heeft daarbij grote beoordelingsruimte, voor zover die ruimte niet wordt ingeperkt door specifieke bepalingen van Unierecht of nationaal recht, waarin criteria zijn vastgelegd die deze vergelijkende beoordeling van de betrokken belangen kunnen vergemakkelijken. De door verweerder en BCS gesuggereerde vragen stellen geen vragen van uitleg van dergelijke specifieke bepalingen van Unierecht aan de orde, zodat het College ook op dit punt geen aanleiding ziet tot het stellen van prejudiciële vragen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbf701ca30c8ad43dbb9387120dfae2893f8214c64aa337d65cd668667f92ce5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbf701ca30c8ad43dbb9387120dfae2893f8214c64aa337d65cd668667f92ce5, en de alinea staat in dat document op bytes 40616 tot 42620.