Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 september 2014
Alinea 44 College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 september 2014
Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 september 2014, ECLI:NL:CBB:2014:371.
3.3.4. ACM voert aan dat appellant als feitelijke verzender van de e-mailberichten die via de IPS-dienst namens de IPS-klanten zijn verzonden, moet worden aangemerkt, omdat appellant aan afnemers van IPS e-mailcampagnes heeft aangeboden, hen heeft geadviseerd over de samenstelling van de berichten deze e-mailberichten worden verspreid onder de adressen uit databestanden van appellant, waarbij de klanten kunnen kiezen tussen de particuliere en/of de zakelijke adressenlijst. Aldus bepaalde appellant aan wie de berichten werden verzonden. Het feit dat hij niet fysiek op een knop drukte om berichten te verzenden, maar dat dit voor een groot deel geautomatiseerd gebeurde, of het feit dat hij in opdracht van derden e-mailberichten heeft verstuurd, doet daaraan niet af. Verder wijst ACM erop dat appellant zijn eigen adres als afzendadres in de berichten heeft opgenomen, de opbrengsten voor de verzending van de berichten heeft ontvangen en dus daadwerkelijk profijt heeft genoten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6e01ce098d60fec20079d209ec6898d1cb9d426e39f36534ed5155b878700f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6e01ce098d60fec20079d209ec6898d1cb9d426e39f36534ed5155b878700f9, en de alinea staat in dat document op bytes 18786 tot 19787.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f6e01ce098d60fec20079d209ec6898d1cb9d426e39f36534ed5155b878700f9 | shasum -a 256