Citaat | College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 september 2014

Alinea 45 College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 september 2014

Een alinea uit College van Beroep voor het bedrijfsleven 30 september 2014, ECLI:NL:CBB:2014:371.

3.3.5. ACM brengt naar voren dat het enkele tijdsverloop tussen de waarschuwing en het (vervolg-)onderzoek de duur van het onderzoek niet onevenredig maakt. ACM is vrij in het inrichten van haar onderzoek en het op de voortgang betrekking hebbende artikel 15.10, vierde lid, (oud) van de Tw ziet alleen op de besluitvorming na afronding van een boeterapport. ACM heeft na de waarschuwing haar onderzoek niet voortgezet, maar is dat pas opnieuw opgestart nadat in de loop van 2007 duidelijk werd dat de klachten over de handelwijze van appellant aanhielden. Tussen het huisbezoek op 22 november 2007 en de afronding van het boeterapport op 30 maart 2009 is geruime tijd verstreken, zonder dat sprake is van een onevenredig lange duur van het onderzoek. Voor zover de, na toezending van het boeterapport aan appellant aangevangen, redelijke termijn van artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) is overschreden, is een korting van de boete met 15% gerechtvaardigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6e01ce098d60fec20079d209ec6898d1cb9d426e39f36534ed5155b878700f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6e01ce098d60fec20079d209ec6898d1cb9d426e39f36534ed5155b878700f9, en de alinea staat in dat document op bytes 19844 tot 20905.